1. Het college bepaalt ten aanzien van de markt op donderdag:

a. Afsluiting marktterrein in verband met weekmarkt: van 06.00 uur tot 18.30 uur.

b. Openingstijden voor publiek: van 09.00 uur tot en met 16.00 uur.

c. Opruimen en inladen: vanaf 16.00 uur.

d. Locatie: Korenbeursplein-Van der Rijtstraat-Stationsstraat-Wouwsestraat-Zuivelplein-Zuivelstraat.

2. De begrenzing van het onder lid 1 aangewezen marktterrein staat aangegeven in de bij dit marktreglement behorende kaart (bijlage 1);

3. Het aantal standplaatsen voor de weekmarkt op donderdag bedraagt 60 vaste standplaatsen (380 meter);

4. De indeling van de in lid 3 vastgestelde standplaatsen staat aangegeven in de bij dit marktreglement behorende kaart (bijlage 2)

5. In voorkomend geval kan de indeling gewijzigd worden in verband met evenementen (braderie etc.) en kunnen binnen het marktterrein plaatsen aangewezen worden voor met die evenementen samenhangende activiteiten.

6. Het college draagt zorg voor goed werkende elektra- en watervoorzieningen.

7. Het college draagt er zorg voor dat het aangewezen marktterrein sneeuw- en ijsvrij wordt gehouden voor zover dit gezien de omstandigheden redelijkerwijs kan worden gevergd.

8. Het college draagt er zorg voor dat het marktterrein vrij is van obstakels, zoals auto’s, steigers, hoogwerkers, kermis, voor zover voor het plaatsen van deze obstakels geen vergunning of anderszins toestemming is gegeven.

Artikel 3. Inhoud vaste standplaatsvergunning

1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;

d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;

e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst;

f. dat de vergunninghouder zelf zorgdraagt voor de inzameling en afvoer van het eigen afval en dat hij de standplaats schoon oplevert;

g. de wijze waarop de vergunninghouder elektriciteit betrekt;

h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan;

i. de vergunningsduur;

2. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.