1. Indien bij aanvang van de markt, of gedurende de tijdsperiode waarop de markt wordt gehouden, weersinvloeden, calamiteiten e.d. de orde op de markt kunnen verstoren, er direct gevaar dreigt voor de vergunninghouder, marktbezoekers en/of objecten in de nabijheid van het marktterrein, waardoor de openbare orde in gevaar komt of schade kan worden toegebracht aan derden, kan het college in overleg met de marktcommissie besluiten:

a. de vergunninghouder te verplichten de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te treffen;

b. de markt anders op te stellen c.q. in te richten;

c. de markt niet te laten aanvangen, of;

d. de markt onmiddellijk te beëindigen.

2. In de gevallen als bedoeld in lid 1 onder c en d wordt niet eerder besloten dan nadat is overlegd met een vertegenwoordiger van de marktcommissie.