Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Tijdelijk beheer

Onderdeel van Nota Grondbeleid

Wanneer onroerende zaken zijn verworven maar niet direct ontwikkeld worden, dan dienen deze beheerd te worden totdat de ontwikkeling start. Het uitgangspunt is dat onroerende zaken zoveel mogelijk kostendekkend worden beheerd. Tijdelijk beheer kan door de gemeente worden uitgevoerd in het kader van en ten laste van de grondexploitatie. De uitvoering van het tijdelijk beheer kan ook worden bekostigd door de hiervoor beschikbaar gestelde budgetten. Bijvoorbeeld het budget ten behoeve van de aanleg van infrastructuur. De gemeente kan er ook voor kiezen om het tijdelijk beheer in te vullen door de onroerende zaak te verpachten, te verhuren of in bruikleen te geven. Agrarische gronden (incl. opstallen) die naar verwachting voor een periode van twee jaar of langer niet ingezet zullen worden in een gebiedsexploitatie, worden in principe verpacht. Bij uitzondering kan hiervan worden afgeweken. Wanneer de agrarische grond een kleinere oppervlakte heeft, dan kan de gemeente kiezen voor verhuur in plaats van verpachting. Verpachting geschiedt uitsluitend aan agrariërs, op basis van geliberaliseerde pachtovereenkomsten voor 6 jaar of korter (volgens titel 7.5, artikel 397 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek). Voor opstallen die niet voor herontwikkeling behouden kunnen/moeten blijven of niet in het toekomstige plan kunnen worden ingepast, ontstaat de keuze tussen tijdelijk beheer en sloop. Vanwege de kaalslag en de negatieve uitstraling op het straatbeeld, is het slopen van opstallen in stedelijk gebied vaak ongewenst. Daarnaast betekent sloop een onomkeerbare kapitaalvernietiging die bij voorkeur zo laat mogelijk in het proces moet plaatsvinden. Criteria voor wel of niet slopen zijn de ligging, de staat waarin het vastgoed verkeert en of de gemeente in staat is om het vastgoed commercieel te exploiteren. In het geval dat commerciële exploitatie niet mogelijk is maar (tijdelijk) behoud van het pand wel gewenst is, kan de gemeente het vastgoed “om niet” in gebruik geven. In dat geval komen de gebruikerslasten voor rekening van de gebruiker en de eigenaarslasten voor rekening van de gemeente. De gemeente werkt met een standaard overeenkomst tot tijdelijk gebruik of zal gebruik maken van een zogenaamde tijdelijk beheer organisatie. Bij een beoogde sloop is ook verhuur op basis van de Leegstandswet mogelijk. Deze opstallen bevinden zich onder de Materiële Vaste Activa (MVA) conform BBV regelgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel