Samen zorgen we ervoor dat een inwoner met een hulpvraag over geldzorgen gezien en geholpen wordt.
Waarom?
We onderscheiden in het versterken van onderlinge samenwerking enerzijds de samenwerking tussen de gemeenten en de partijen in het voorliggend veld en anderzijds de samenwerking binnen de gemeentelijke afdelingen/domeinen.
Wat duidelijk werd tijdens de thematafels en het Kempencongres is dat wij als gemeenten het taboe op geldzorgen niet alleen op kunnen lossen. Hier hebben we de organisaties in het maatschappelijk middenveld heel hard bij nodig. Ondanks de brede communicatie vanuit de gemeente realiseren we ons dat het voor een inwoner toch lastig blijft om te weten waar hij moet zijn. Je moet als inwoner ook maar net die informatie tegenkomen op het moment dat jij deze informatie nodig hebt. Daarom willen we er ook voor zorgen dat de vrijwilligers en de professionals in het ondersteuningsaanbod weten welk hulpaanbod er nog meer is en dat zij inwoners die bij hen aankloppen actief informeren en in contact brengen met de gemeente en het overige hulpaanbod. Samen doen dus!
Dit vraagt om een goede samenwerking en uitwisseling tussen alle partners. Het is belangrijk dat partners elkaar kennen, op de hoogte zijn van elkaars aanbod en bereid zijn de inwoner daarmee in verbinding te brengen zodat we samen de inwoner verder kunnen helpen. Dit vraagt om een blijvende inzet zeker in de huidige arbeidsmarkt waar mensen steeds sneller van baan wisselen. De afgelopen jaren hebben we al veel ingezet op kennisdeling en samenwerking. De dialoogavonden in het teken van stress bij schulden en de pilot vanuit gemeente Eersel waar consulenten Schuldhulpverlening en Thuisadministratie elkaar konden ontmoeten, zijn hier twee positieve voorbeelden van.
Met de overgang van bijzondere bijstand (en dus de volledige uitvoering van de Participatiewet) naar KempenPlus is er een knip ontstaan tussen de uitvoering van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening en het Sociaal Raadsliedenwerk. Hierdoor is het van belang dat we alert zijn en blijven op de toegang en onderlinge samenwerking voor wat betreft ondersteuning bij geldzorgen.
Hoe gaan we dit doen?
- - We blijven ontmoeting tussen diverse afdelingen binnen het sociaal domein stimuleren en faciliteren.
Het is van belang dat medewerkers in het sociaal domein van elkaar weten wat zij doen en welk ander aanbod er binnen gemeenten is. We zetten er op in dat de afdelingen Schuldhulpverlening, Bijzondere Bijstand, Werk en Inkomen, Jeugd en WMO op de hoogte zijn van elkaars aanbod zodat een hulpvraag op een meer integrale manier kan worden opgepakt. Signalen worden zo opgemerkt en kunnen warm worden overgedragen naar de andere domeinen wanneer dit van toepassing is.
- - We blijven doorgaan met het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en organisaties in het maatschappelijk middenveld.
We houden de organisaties actief op de hoogte van het gemeentelijke ondersteuningsaanbod door o.a. de nieuwsbrief geldzaken in te zetten. Ook zetten we de bijeenkomsten voor de vrijwilligers van de thuisadministratie voort. Voor schuldhulpverlening wordt verkend hoe het lokale en regionale netwerk vergroot en versterkt kan worden. Het huidige netwerk is door de kleine regio sterk, echter ambiëren we om het netwerk uit te breiden met partners die verder van ons afstaan. Zo gaan we bepalen of aansluiten bij Het Schuldenknooppunt mogelijk is en onderzoeken we de koppeling met andere hulptrajecten, zoals werk- en inkomenstrajecten, dit om de kans op duurzame oplossingen te vergroten. Verder bepalen we of we de samenwerking met bewindvoerders kunnen verstevigen.
- - We blijven de dialoogavonden voor het maatschappelijk middenveld voortzetten.
Gedurende de dialoogavonden hebben we de afgelopen jaren diverse actuele thema’s en ontwikkelingen geagendeerd, zoals stress bij schulden. De opkomst is tot op heden altijd hoog en ervaringen zijn positief: men kan elkaar ontmoeten, uitwisselen en geïnspireerd worden. Hier gaan we dan ook mee verder.
Quote samenwerkingspartner enquête:
“Er wordt veel doorverwezen naar andere afdelingen of medewerkers. Dat is te begrijpen maar telkens weer je verhaal moeten vertellen kan lastig zijn. De mensen op de werkvloer zijn welaardig en deskundig daar ligt het niet aan. Afstemming met elkaar en het voorliggend veld is noodzakelijk.”