De beheerder van een inrichting is verplicht:
te zorgen, dat de inrichting in een goede staat van
onderhoud verkeert;
-indien een redelijk vermoeden bestaat, dat in één der
onderdelen van de inrichting zich een lek voordoet of deze
in slechte staat verkeert- dit/deze te onderzoeken door de
tank en/of de leiding(en), nadat de brandstof daaruit is
verwijderd, in aanwezigheid van een daartoe bevoegde
deskundige op dichtheid te beproeven bij een inwendige
overdruk van 2 kgf/cm² met water; bij het beproeven mag
gedurende tenminste twee uren geen drukverlaging
optreden;
na te leven de voorschriften, die burgemeester en wethouders
uit een oogpunt van bescherming van de bodem tegen van de
inrichting te duchten bijzondere gevaren ten aanzien van het
in werking brengen en in werking houden van de inrichting
bij openbaar bekend te maken besluit hebben gesteld of in
verband met de aard van de inrichting nader stellen.
Tenzij blijkens de verklaring van het KIWA, bedoeld in artikel 3,
lid 1 onder a, ad C, bescherming van de tank en de daarbij behorende
leidingen door middel van kathodische bescherming niet is vereist,
is in geval van opslag in ondergrondse tanks de beheerder van een in
artikel 2 bedoelde inrichting, die onder de werking van deze
verordening is opgericht, uitgebreid of gewijzigd, voorts gehouden
voor het einde van elk kalen-derjaar in te zenden een bewijsstuk,
dat de kathodische bescherming in goede staat verkeert. Dit
bewijsstuk moet zijn afgegeven door een daartoe bevoegde deskundige
en mag op het tijdstip van inzending niet ouder zijn dan één maand.
Indien de inrichting in werking is gebracht in de tweede helft van
het kalenderjaar, behoeft bedoeld bewijsstuk in dat jaar niet te
worden overgelegd.
Wanneer een inrichting, bedoeld in artikel 2, is gelegen in een
be-schermd waterwingebied, is de beheerder daarvan gehouden telkens
vóór de afloop van een periode van tien jaar aan burgemeester en
wethouders in te zenden een bewijsstuk, dat de gehele inrichting in
deugdelijke staat verkeert. Dit bewijsstuk moet zijn afgegeven door
een naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige
installateur en mag op het tijdstip van inzending niet ouder zijn
dan vier weken.