Indien belanghebbende ten tijde van zijn aftreden als
wethouder de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en hij ten
minste tien jaar zonder wezenlijke onderbreking wethouder is
geweest, wordt na afloop van de periode, bedoeld in artikel
2, zijn uitkering voortgezet tot het tijdstip waarop hij de
leeftijd van 65 jaar bereikt. Artikel 2, lid 2, is van
toepassing.
In bijzondere gevallen kan de raad beslissen dat met
inachtneming van artikel 7, onder b, de uitkering zal worden
voortgezet voor een nader vast te stellen termijn, welke op
dezelfde wijze kan worden verlengd.
Afdeling I
Artikel 3
Voortzetting van de uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente Delft 1992