**1..** De uitkering, bedoeld in artikel 2, bedraagt gedurende het
eerste jaar 80 procent en vervolgens 70 procent van de
laatstelijk als wethouder genoten wedde, vermeerderd met het
percentage van de vakantieuitkering.
**2..** De uitkering, bedoeld in artikel 3, lid 1, bedraagt 70 procent
van de laatstelijk als wethouder genoten wedde, vermeerderd met
het percentage van de vakantie-uitkering.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "laatstelijk
genoten" verstaan: waarop aanspraak bestond of bij uitoefening
van het ambt zou hebben bestaan op de dag, voorafgaande aan die
waarop belanghebbende heeft opgehouden wethouder te zijn.
**4..** Indien bij algemene maatregel van bestuur in de bezoldiging van
het rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht, wordt de in
de leden 1, 2 en 3 bedoelde laatstelijk genoten wedde,
vermeerderd met het percentage van de vakantie-uitkering, voor
de toepassing van die leden met ingang van het tijdstip van
ingang van de bezoldigingswijziging overeenkomstig die wijziging
aangepast.
Afdeling I
Artikel 4
Bedrag van de uitkering.
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente Delft 1992