Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.1.

Vooropgezet tijdelijk verblijf

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz van de Gemeente Amsterdam

Indien er voor het delen van het hoofdverblijf door twee partijen sprake is van vooropgezet tijdelijk verblijf als gevolg van de aanwezigheid van een dringende redenen bij één van de twee partijen, dan kan het college op verzoek van de belanghebbende(n) beiden als individueel subject van bijstand beschouwen als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder a Participatiewet voor de duur van maximaal 6 maanden. na 6 maanden beoordeelt het college opnieuw de omstandigheden van de belanghebbende(n). Indien er nog steeds sprake is van dringende redenen en er is perspectief op een eigen vaste woonplek/woning, dan kan het college besluiten de periode te verlengen met nog eens maximaal 6 maanden. Het college herbeoordeelt de situatie maximaal 1 keer. Indien bij herbeoordeling alsnog beroep wordt gedaan op dringende redenen voor het delen van het hoofdverblijf accepteert het college dit in beginsel niet. Er wordt dan een besluit genomen dat er sprake is van hoofdverblijf en kostendelen als bedoeld in artikel 19a Participatiewet of dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 lid 3 Participatiewet. Indien in de afgelopen 5 jaar al gebruik is gemaakt van de kennismakingsperiode, kan er geen gebruik worden gemaakt van vooropgezet tijdelijk verblijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel