Het voorkeursrecht van koop, voorheen vastgelegd in de Wet voorkeursrecht gemeenten, is opgenomen in de Omgevingswet en kan door gemeenten worden ingezet om de druk op de grondmarkt te verminderen. Wanneer de gemeente een voorkeursrecht heeft gevestigd op percelen grond, is de eigenaar verplicht deze eerst aan de gemeente aan te bieden als hij de grond wil verkopen.
Het voorkeursrecht is vooral effectief in combinatie met andere verwervingsinstrumenten. Het is in eerste instantie een passief instrument, wat betekent dat de gemeente moet afwachten tot grondeigenaren hun grond aanbieden. Tegelijkertijd gaat van het vestigen van een voorkeursrecht een signaal uit naar de grondeigenaren en de markt dat de gemeente (pro)actief wil sturen op de ontwikkeling van een bepaald gebied. Het instrument moet echter zorgvuldig worden ingezet, omdat het voor onrust kan zorgen in een gebied en de mogelijkheid bestaat dat de gemeente gelijktijdig van meerdere eigenaren grond aangeboden krijgt zonder dat er concrete plannen zijn. Het voorkeursrecht wordt daarom toegepast wanneer dit past binnen het Regisserend Grondbeleid. Aangezien het voorkeursrecht ingrijpt op het eigendomsrecht, gelden er strikte voorwaarden en termijnen voor de toepassing ervan.
Het voorkeursrecht kan door een voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad (of het college van B&W) worden gevestigd op een gebied waaraan een niet-agrarische functie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie.
Voor het vestigen en continueren van een voorkeursrecht zijn in de basis twee beschikkingen nodig. Alleen als de vestigingsgrondslag een omgevingsplan betreft, dient na vijf jaar een derde beschikking te worden genomen (zie onderstaand schema). Het college kan op korte termijn een voorlopig voorkeursrecht vestigen. De gemeenteraad moet dan binnen drie maanden een definitieve beschikking nemen, anders vervalt het voorkeursrecht van rechtswege.
Voor het nemen van deze voorkeursrechtbeschikking door de raad zijn er vier vestigingsgrondslagen mogelijk, afhankelijk van de aanwezigheid van een eventuele planologische onderlegger:
een zelfstandige beschikking;
een omgevingsvisie;
een programma;
een omgevingsplan.
Per vestigingsgrondslag geldt een termijn waarbinnen een opvolgend planologisch/ruimtelijk besluit moet zijn vastgesteld om het voorkeursrecht van rechtswege in stand te houden. In onderstaand schema zijn de grondslagen en de tijdsduur schematisch weergegeven.
De voortgang van de planologie en de termijn waarop vervolgstappen moeten plaatsvinden, bepaalt de keuze van de raad. Wanneer eenmaal een vestigingsgrondslag is gekozen, bindt de gemeente zich aan de daarbij geldende termijnen voor de vaststelling van een opvolgend planologisch/ruimtelijk besluit. Het voorkeursrecht blijft van kracht als deze termijnen worden gehaald. De gemeente hoeft tussentijds geen nieuw vestigings- of verlengingsbesluit te nemen, met uitzondering van een voorkeursrecht op basis van een omgevingsplan. Dit dient na vijf jaar te worden verlengd door de gemeenteraad voor een periode van vijf jaar. Daarnaast hoeft de gemeente het voorkeursrecht, na verloop van de geldingstermijn, niet meer in te trekken. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswege.
STRATEGISCH
Beleidsregel voorkeursrecht
Bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen zal worden nagegaan of toepassing van het instrument voorkeursrecht van koop wenselijk en noodzakelijk is.
TACTISCH
Overwegingen voorkeursrecht
Wil de gemeente gronden in het plan zelf verwerven en (tijdelijk) beheren?
Zijn er voldoende financiële middelen beschikbaar voor de procedure en aankoop?
Is te verwachten dat marktpartijen een grondpositie innemen op de locatie?
Is te verwachten dat de gemeente binnen afzienbare tijd een wijziging van het omgevingsplan voor de locatie vaststelt? (Dit i.v.m. de fatale termijnen die aan het voorkeursrecht verbonden zijn)
Beïnvloedt het vestigen van het voorkeursrecht de verhoudingen met grondeigenaren?
Moeten bestaande woningen wel of niet in het voorkeursrecht worden betrokken?
Draagt het vestigen van een voorkeursrecht bij aan de ambities zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie?
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.
Voorkeursrecht van koop
Onderdeel van Nota Grondbeleid Uithoorn 2025 – 2029