Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 14

Artikel 36

Uittreding uit basistaken

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe

De Gemeente stuurt aan het Algemeen bestuur besluiten van de Raad en het College inhoudende dat de Gemeente gebruik maakt van de in artikel 7 vijfde lid dan wel artikel 8 vijfde lid opgenomen mogelijkheid een bepaalde basistaak niet meer af te nemen. Binnen zes maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, komen de Gemeente en het Dagelijks bestuur een conceptregeling overeen waarbij de belangen van de Gemeente en die van de andere Gemeenten op reële en evenwichtige wijze worden afgewogen. De conceptregeling wordt vervolgens binnen uiterlijk zes weken door het Algemeen bestuur vastgesteld. In de conceptregeling worden de personele, juridische, organisatorische en financiële gevolgen, waaronder de gevolgen voor het vermogen van de keuze een basistaak niet meer af te nemen geïnventariseerd, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan, de hoogte van de uittreedsom en de overname van personeel en/of overige verplichtingen door de Gemeente. Indien blijkt dat, als gevolg van een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen, een overleg met de bij de sector betrokken vakbonden noodzakelijk is ten behoeve van het opstellen van een sociaal plan, wordt de conclusie van dit overleg opgenomen in de conceptregeling. Het Dagelijks bestuur en de Gemeente zullen zich inspannen om de nadelige gevolgen van het niet langer afnemen van een basistaak voor SamenDrenthe en de Gemeente zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door personeel of andere verplichtingen over te nemen of anderszins in stand te houden. Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de Gemeente de reële schade van SamenDrenthe en de andere Gemeenten vergoedt die rechtstreeks gevolg is van de keuze gebruik te maken van de in artikel 7 vijfde lid dan wel artikel 8 vijfde lid bedoelde mogelijkheid. Bij het bepalen van de hoogte van de schade wordt in beginsel een afbouwperiode van 2 jaar gehanteerd, te rekenen vanaf de datum van het vaststellen van de definitieve regeling. De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de keuze van de Gemeente (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten) in de in het vijfde lid genoemde afbouwperiode, waarbij geen verrekening van het vermogen plaatsvindt. De hoogte van de uittreedsom als bedoeld in het vijfde lid wordt alleen verhoogd als er sprake is van substantiële langlopende en niet te mitigeren financiële verplichtingen, indien vast staat dat deze zich zullen voor doen én in die becijferde omvang, waarbij de bijdrage in de kosten door de Gemeente naar rato wordt vastgesteld. Op de uittreedsom wordt het aandeel van de Gemeente in de algemene reserve van SamenDrenthe op de datum van vaststelling van de regeling door het Algemeen bestuur in mindering gebracht, voor zover deze algemene reserve het benodigde weerstandsvermogen overschrijdt. Het aandeel in de algemene reserve wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de Gemeente. Indien er sprake is van een tekort in de algemene reserve ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen wordt de uittreedsom met dit tekort verhoogd overeenkomstig de hiervoor benoemde berekeningswijze. De frictiekosten komen volledig ten laste van de Gemeente. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten in verband met de uittreding van de Gemeente, zoals de kosten van inhuur externe dienstverlening, kosten boventallig primair personeel, kosten opstellen sociaal plan, kosten boventallig decentrale personele overhead, kosten afwaardering activa. De desintegratiekosten die direct aan de Gemeente kunnen worden toegerekend, komen integraal voor rekening van de Gemeente voor de duur van maximaal twee jaar. Desintegratiekosten die niet direct aan de Gemeente kunnen worden toegerekend, zoals investeringskosten, afschrijvingskosten, kantoorhuur, salariskosten en inhuur van personeel etc. komen naar rato van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 31 derde lid van deze regeling, voor rekening van de Gemeente. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle doorbelaste kosten als gevolg van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, die ontstaan als direct gevolg van de uittreding gedurende de in het elfde lid genoemde afbouwperiode. De kosten als bedoeld in het tiende en twaalfde lid worden door het Dagelijks bestuur van SamenDrenthe bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van vaststelling van de regeling door het Algemeen bestuur. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van het daadwerkelijk niet langer afnemen van een bepaalde basistaak. Wanneer de Gemeente en het Dagelijks bestuur het niet eens kunnen worden over de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het vijfde en zevende lid, vragen zij een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de Gemeente. Gedurende de periode tussen het besluit tot het niet langer afnemen van een basistaak en effectuering daarvan is de Gemeente gehouden al haar verplichtingen na te komen. De uittreedsom moet binnen een termijn van zes maanden na vaststelling als bedoeld in het tweede lid door de Gemeente zijn voldaan, tenzij in de regeling een andere afspraak is gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel