Naar hoofdinhoud
Uitgangspunten bij toepassing voor: Een dakopbouw op een woning met hellend dak binnen de bebouwde kom De voorkeur voor uitbreidingen van woningen op een zolderverdieping gaan uit naar dakkapellen. Indien dakkapellen niet mogelijk zijn is het realiseren van een dakopbouw mogelijk als voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden: de bouwhoogte van de bestaande bovenste bouwlaag van de woning moet lager zijn dan 2,10 m. Deze hoogte wordt gemeten vanaf de bovenkant van de bovenste verdiepingsvloer tot aan de onderkant van de nokgording; de onderkant van de dakopbouw moet op minimaal 1,0 m. boven de bovenste verdiepingsvloer liggen; de goothoogte van de dakopbouw mag niet meer zijn dan 2,0 m. boven de bovenste verdiepingsvloer; de dakhelling gelijk met de dakhelling van het hoofdgebouw (dakvlak waarin de dakopbouw wordt gemaakt); de afstand tot de zijgevel van de woning moet minimaal 0,5 m. bedragen. Dit wordt gemeten vanaf de buitenmuur en/of hart scheidingsmuur. De afstand tot de zijkant wordt gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel); de dakopbouw moet gesitueerd worden binnen het bouwvlak/aanduidingsvlak voor hoofdgebouwen; de totale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte zoals deze is opgenomen bij de regels voor het hoofdgebouw in het omgevingsplan. niet meer dan één dakopbouw per hoofdgebouw; bij een individueel hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of uitgelijnd met de indeling van de voorgevel; beperkte toepassing van dichte panelen in het voorvlak, alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken tot maximaal 25% gesloten (dicht). dakopbouwen op bijgebouwen, aan- of uitbouwen zijn niet toegestaan; bij een mansardekap is een dakopbouw niet toegestaan; bij een (voormalige) langgevelboerderij is een dakopbouw niet toegestaan; kozijnindeling gelijk aan de kozijnindeling van het hoofdgebouw of een vereenvoudigde afgeleide daarvan. geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en boeiboord materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig de reeds aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw. Uitbreiden hoofdgebouw (woning) aan de achterzijde binnen de bebouwde kom Uitbreiden van een woning (hoofdgebouw) buiten de bouwzone hoofdgebouw of buiten het bouwvlak is mogelijk als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de uitbreiding mag maximaal 4 m. diep zijn; bij een uitbreiding van een hoofdgebouw bij het woningtype: Aan-een-gebouwd / rijwoningen: de diepte van het hoofdgebouw, gemeten vanaf de voorgevel, mag nooit meer bedragen dan 10 m. Twee onder één kap / halfvrijstaand: de diepte van het hoofdgebouw, gemeten vanaf de voorgevel, mag nooit meer bedragen dan 12 m. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de goothoogte van het bestaande hoofdgebouw met een maximum zoals is bepaald in het omgevingsplan; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw met een maximum zoals is bepaald in het omgevingsplan; voor de overige regels wordt aangesloten bij de regels uit het omgevingsplan; Voldoet aan de welstandsnota en is beoordeeld door de Ruimtelijke Kwaliteitscommissie (welstandscommissie). er een nadeelcompensatieovereenkomst is gesloten met de initiatiefnemer/eigenaar. Afwijken van het aantal wooneenheden binnen de bebouwde kom Het is mogelijk om af te wijken van het aangeduide aantal wooneenheden per bouwvlak, mits: het aantal benodigde parkeerplaatsen per woning gewaarborgd blijft conform het gemeentelijke beleid; de afwijking geen onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte tot gevolg heeft; de woningen blijven voldoen aan de aangeduide woningtypologieën; het gemeentelijk woningbouwprogramma dit toelaat.

Rechtspraak bij dit artikel