**1..** De cliënt kan binnen de kaders van de Wet, voornamelijk de artikelen 1.2.1, 2.3.5 en 2.3.6 en deze verordening slechts in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor zover:
- - De cliënt ingezetene is van de gemeente Almelo op grond van de Wet; en
- - De cliënt behoort tot de doelgroep van de Wmo; en
- - De cliënt geen gebruik kan maken van de eigen kracht; en
- - De cliënt geen gebruik kan maken van gebruikelijke hulp; en
- - De cliënt geen hulp kan krijgen van mantelzorg of andere personen uit het sociaal netwerk; en
- - De cliënt geen gebruik kan maken van collectieve of algemene of andere voorzieningen; en
- - De cliënt geen gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen; en
- - Het college, aldus, de noodzaak voor het treffen van een maatwerkvoorziening heeft vastgesteld om:
- - De beperkingen die de cliënt ondervindt in de zelfredzaamheid of participatie te verminderen of weg te nemen en de cliënt met een, al dan niet aanvullende, maatwerkvoorziening in staat wordt gesteld zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven functioneren; of
- - De problemen die de cliënt ondervindt bij het zich handhaven in de samenleving, als sprake is van psychische of psychosociale problemen of indien de cliënt de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld of mishandeling, te verminderen of weg te nemen en de cliënt met de, al dan niet aanvullende, maatwerkvoorziening in staat wordt gesteld om zich uiteindelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
**2..** Het college besluit, indien de cliënt op een maatwerkvoorziening is aangewezen, tot de goedkoopst adequate en meest doeltreffende maatwerkvoorziening.
**3..** Een maatwerkvoorziening wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de maatwerkvoorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de ondersteuningsvraag en (waar beschikbaar) er gewerkt wordt met een bewezen effectieve interventie.
**4..** Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor hulp die de cliënt voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
- - Als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie waarvoor de hulp is ingezet; en
- - Voor zover het college alsnog de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf kan beoordelen en vaststellen.
**5..** Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien:
- - De maatwerkvoorziening, gelet op de persoon, veilig is voor de cliënt en zijn omgeving en geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt;
- - De cliënt binnen zijn vermogen in voldoende mate meewerkt aan het opstellen en nakomen van het ondersteuningsplan (nakomen afspraken);
- - De cliënt de gemaakte afspraken met de zorgverlener (de feitelijke uitvoering van ondersteuning) nakomt en/of mogelijk maakt;
- - De noodzaak tot het verstrekken van een voorziening niet aan de cliënt te verwijten is.
**6..** Het college kan een maatwerkvoorziening, anders dan in de vorm van dienstverlening, in bruikleen, financiële tegemoetkoming of in eigendom verstrekken.
**7..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening wordt deze alleen verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven:
- - Tenzij de eerder verstrekte voorziening niet opzettelijk door eigen toedoen verloren is gegaan;
- - Tenzij de veroorzaakte kosten worden betaald;
- - Als de eerder verstrekte voorziening niet langer een adequate oplossing biedt in de ondersteuningsbehoefte.
**8..** Het college kan de criteria zoals genoemd in dit artikel nader uitwerken.