**1..** Het college weigert een maatwerkvoorziening als:
- - Niet voldaan wordt aan de voorwaarden, zoals bedoeld in lid 1 van artikel 3.1 van deze verordening;
- - Uit de uitkomst van het onderzoek naar de hulpvraag blijkt dat inzet van een maatwerkvoorziening naar het oordeel van het college niet noodzakelijk wordt geacht;
- - De noodzaak tot ondersteuning vermijdbaar was;
- - De noodzaak tot ondersteuning voorzienbaar was en maatregelen konden worden getroffen om de hulpvraag overbodig te maken;
- - Als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
- - De voorziening als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt;
- - Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening is gedaan op een zodanig moment dat een objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning naar het oordeel van het college niet kan plaatsvinden;
- - De maatwerkvoorziening aantoonbaar niet effectief is voor de hulpvraag van de cliënt en of het gezinssysteem;
- - De maatwerkvoorziening niet van goede kwaliteit is als bedoeld in artikel 2.3.6 lid 2 onder c van de Wet;
- - Er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een bijzondere bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat van de Wet;
- - Als de cliënt een maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb wenst en er wordt voldaan aan de voorwaarden voor een Pgb, dan is het niet toegestaan om dat Pgb te besteden aan inzet van een (dreigende) overbelaste huisgenoot (gezinssysteem) en/of sociaal netwerk.
**2..** Het college kan de criteria zoals genoemd in dit artikel nader uitwerken.