1.. Wanneer een vervoersvoorziening wordt verstrekt, is de goedkoopst passende vervoersvoorziening het uitgangspunt.

2.. Bij de keuze voor de vervoersvoorziening wordt door het college achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, eventueel met begeleiding, mogelijk is:

  • - met de fiets;
  • - met openbaar vervoer;
  • - met eigen vervoer;
  • - met aangepast vervoer.

3.. Ouders zijn verantwoordelijk om, indien nodig, voor begeleiding te zorgen.

4.. Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van de minderjarige leerling tijdens het aangepast vervoer.