• - Bouwen voor de autonome groei als ondergrens

    Op basis van demografische trends (geboorte, sterfte, gezinsverdunning en migratie) zien we voor de periode 2023-2030 een woningbouwopgave van 3.220 woningen voor de Kempen. Hiermee voorzien we in een autonome woningbehoefte en houden we voldoende rekening met de schaalsprong zoals deze op dit moment al plaatsvindt. Maar we doen dan nog niets voor de extra groei die de komende jaren in de Brainportregio is voorzien. We zien de bouwopgave van 3.220 woningen daarom als absolute ondergrens.

  • - Alle gemeenten realiseren extra woningen

    Voor het realiseren van deze woningen sluiten we per gemeente zoveel mogelijk aan bij de lokale behoefte. De volgende aantallen beschouwen we daarbij als ondergrens:

    Minimale woningbouw 2023-2030

    Bergeijk

    + 720

    Bladel

    + 1.030

    Eersel

    + 1.030

    Reusel-De Mierden

    + 440

    Totaal

    + 3.220

    Over een verdere invulling van deze woningbouwopgave per gemeente maken we geen afspraken. Per gemeente maken we zelf keuzes over de realisatie per kern/dorp. Wel spreken we af dat dorpen niet op slot gaan. Er wordt in alle dorpen gebouwd, maar het accent ligt op dorpen waar de druk het grootste is (o.b.v. prijsontwikkelingen en verhuisbewegingen).

  • - Streven naar extra inzet regionale vraag

    Om verdere verdringing tegen te gaan, ontkomen we er niet aan om de komende jaren een bijdrage te leveren aan de groei van de Brainportregio. Er is alleen nog veel onduidelijk over hoe deze groei zich zal manifesteren. Wat dit exact voor onze gemeenten betekent, is nu dan ook lastig te bepalen. In de Bestuursopdracht werken we de effecten en onze inzet rondom de schaalsprong voor de Kempen uit. Maar tot die tijd kunnen we eigenlijk niet stilzitten. De effecten van de schaalsprong zien we nu al om ons heen. Als we hier niet op inspelen, gaat dit ten koste van de kansen van onze inwoners. Om verdringing te voorkomen, streven we daarom naar het versneld realiseren van meer woningen om de regionale vraag op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is een realistisch en uitvoerbaar woningbouwprogramma. Op basis van de huidige woningbouwplannen verwachten we dat het noodzakelijk is om in de periode t/m 2030 tot 2.000 extra woningen te realiseren.

    De daadwerkelijke opgave per gemeente bepalen we in de Kempen na besluitvorming over de Bestuursopdracht en als MRE in de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Het opvangen van de regionale vraag is een grote extra opgave. Niet alleen voor de gemeenten maar ook onze partners zoals de corporaties. Met hen maken we daarom afspraken over hun positie binnen deze extra opgave. Wellicht dat een extra woningbouwopgave op korte termijn namelijk om andere afwegingen en keuzes vraagt met betrekking tot hun investeringscapaciteit.

  • - Woningbouwprogrammering lange termijn

    Voor de periode tot en met 2030 zijn er al best veel plannen om in de verwachte kwantitatieve behoefte te voorzien. Maar omdat we 2.000 woningen naar voren halen in de planning moeten we nu al plannen voorbereiden voor de periode na 2030. Ook omdat er vrijwel altijd plannen tussentijds vertraging oplopen of niet doorgaan. Dat betekent ook dat we voor de periode tot en met 2030 de bestaande plancapaciteit aanvullen met nieuwe, kansrijke initiatieven. Op die manier creëren we een buffer, zodat bij planvertraging of -uitval er voldoende andere plannen zijn waarmee we dit kunnen opvangen. We gaan daarom uit van een minimale plancapaciteit van 130%.

    Voor de jaren na 2030 gaan we op zoek naar locaties voor 2.350 tot 8.0004 Onderkant bandbreedte o.b.v. ontwikkeling lokale behoefte na 2030. Bovenkant bandbreedte o.b.v. maximale schaalsprong Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (13.000) min de verwachte realisatie van woningen in de periode tot 2030 (3.220 + 2.00 extra). Let op: dit is exclusief 130% plancapaciteit. woningen. Dit is een bandbreedte tussen de lokale behoefte volgens de provinciale prognose, en de maximale te verwachten groei vanuit de schaalsprong. Hierbij moeten we ook inzetten op nieuwe uitbreidingslocaties omdat inbreiding alleen onvoldoende mogelijkheden biedt om deze aantallen volledig te kunnen opvangen. In alle vier de gemeenten is hiervoor al onderzoek opgesteld of in voorbereiding.

    Met name de extra regionale vraag die na 2030 in de Kempen landt is onzeker. Daarom blijven we de ontwikkeling van de Brainportregio goed monitoren zodat we tijdig kunnen op- of afschalen als dit nodig is. Feit blijft dat we ook na 2030 in de Kempen alles op alles moeten zetten om voldoende woningen te realiseren. Dit biedt flexibiliteit en ruimte voor lokale woningbouwambities. Met oog voor zowel de gezamenlijke doelstellingen als de individuele ambities van gemeenten willen we in de Bestuursopdracht verder uitwerken hoe we op lange termijn de woningbouw binnen de Kempen gaan vormgeven.

  • - Randvoorwaarde: vergroten realisatiekracht

    Gezien de grote bouwopgave waar we voorstaan is extra capaciteit nodig, anders is het opschalen van onze woningbouwproductie in de komende jaren niet mogelijk. We zien dat de voortgang in de woningbouw stokt door beperkte personele capaciteit. Bijvoorbeeld bij het toetsen van nieuwe initiatieven of de ontwikkeling van plannen. Daarnaast is financiële capaciteit nodig om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken, afhankelijk van bijvoorbeeld de omvang van het project, de complexiteit van de locatie, de benodigde infrastructuur en (maatschappelijke) voorzieningen. De groeiambitie ligt flink hoger dan tot nu toe afgesproken met de regio in de Woondeal. Dit gaat veel vragen van corporaties en marktpartijen die deze woningen moeten realiseren. Naast capaciteit binnen onze eigen organisaties vraagt dit goede afstemming met onze partners hoe we de beperkte capaciteit zo efficiënt mogelijk inzetten. Dit kan bijvoorbeeld door plannen gelijktijdig en gezamenlijk te toetsen en uit te werken. Daarnaast is extra ondersteuning vanuit Rijk en Provincie, en het bedrijfsleven onontbeerlijk om de woningbouwaantallen te halen, zeker als de schaalsprong de komende jaren tot maximaal tot realisatie komt.

    Een andere belangrijke randvoorwaarde om te kunnen groeien is het behoud van identiteit en leefbaarheid in onze kernen. Een (te) grote instroom van nieuwe inwoners in bestaande kernen kan leiden tot een afname van de Brabantse gezelligheid (‘ons-kent-ons’) die onze dorpen kenmerkt. Hier zijn we trots op. Het is immers deels wat wonen in onze gemeenten zo aantrekkelijk maakt. Dit willen we behouden. Het is daarom cruciaal dat nieuwe inwoners mee kunnen doen in het (verenigings)leven in het dorp.