Om onze doelen te realiseren zijn verschillende instrumenten en afspraken nodig. Minimaal de volgende maatregelen onderzoeken we nader bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma:

  • - We maken ruimte in onze woningbouwprogramma’s voor de toevoeging van ten minste 3.200 woningen.
  • - In de Bestuursopdracht werken we onze inzet ten opzichte van we de regionale groeiopgave uit en hoe we deze verdelen over de gemeenten.
  • - Om verdringing te voorkomen streven we naar het versneld realiseren van 2.000 extra woningen. Dit doen we door het naar voren halen van plannen die na 2030 in de planning staan.
  • - We sturen op een plancapaciteit van 130% ten opzichte van de behoefte. Zo creëren we een buffer, zodat bij planvertraging of -uitval er voldoende andere plannen zijn waarmee we dit kunnen opvangen.
  • - Voor de periode na 2030 gaan we op zoek naar extra woningbouwlocaties.
  • - Om plannen sneller hard te maken, onderzoeken we hoe we in de planvorming en plantoetsing beter kunnen samenwerken. Doel is om efficiënter gebruik te kunnen maken van onze capaciteit.