Om onze doelen te realiseren zijn verschillende instrumenten en afspraken nodig. Minimaal de volgende maatregelen onderzoeken we nader bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma:
- - Elke gemeente past haar toetsingskaders aan of stelt deze op in lijn met de kwalitatieve ambities uit deze woonvisie. Dit doen we naar kern of cluster van kernen. Zo ontstaat duidelijkheid voor ontwikkelaars en kan het college efficiënter plannen toetsen.
- - Voor zachte plannen (zonder anterieure overeenkomst of vastgesteld Omgevingsplan) die niet voldoen aan de kwalitatieve uitgangspunten uit de woonvisie gaan gemeenten in overleg met de initiatiefnemers om het programma waar mogelijk aan te passen
- - Gemeenten met een nota impuls sociale woningbouw (ook wel vereveningsfonds) herijken deze onder de nieuwe kaders van de Omgevingswet.
- - Voor ontwikkelingen op gemeentegrond hanteren we een zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding. Bij ontwikkelingen op particuliere grond is het uitgangspunt dit op te nemen in de anterieure overeenkomsten en/of in het omgevingsplan.
- - Gemeenten nemen de volgende instandhoudingstermijnen op in het Omgevingsplan (voorheen de doelgroepenverordening):
- - Sociale huur: Minimaal 25 jaar
- - Middenhuur: Minimaal 15 jaar
- - Betaalbare koop: Minimaal 5 jaar
- - We monitoren het opkopen door particuliere investeerders van betaalbare koopwoningen. Indien nodig zetten gemeenten een Opkoopbescherming in om de betaalbare koopvoorraad te beschermen voor de doelgroep.
- - Gemeenten stimuleren het bouwkundig splitsen van woningen en het transformeren van leegstaand vastgoed naar woningen door het opstellen van lokaal splitsing/transformatiebeleid (indien nog niet aanwezig).
- - We dragen bij aan het huisvesten van arbeidsmigranten door samen met het bedrijven actief te zoeken naar mogelijke locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
- - We stellen een regionaal toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten op. Hierin nemen we ten minste op dat initiatieven minimaal voldoen aan de SNF norm.
- - We monitoren misstanden rondom de huisvesting van arbeidsmigranten. Indien nodig zetten gemeenten hun instrumentarium vanuit de Wet goed verhuurderschap op lokaal niveau in om misstanden te bestrijden.
- - We scherpen de huisvestingsopgave short- en midstay arbeidsmigranten verder aan. Hierbij sluiten we waar mogelijk aan bij lopende trajecten in de MRE.
- - Gemeenten maken afspraken met de corporaties over het huisvesten van statushouders in de prestatieafspraken.
- - Om de druk op corporatiewoningen te verlichten zoeken we ook naar alternatieve manieren om statushouders te huisvesten. Bijvoorbeeld via flexwoningen of het maken van wederzijdse afspraken met particuliere verhuurders
- - We houden de vinger aan de pols rondom het aantal woonwagenstandplaatsen. Mocht er vraag zijn dan stellen we lokaal beleid op.