Algemeen

  • - Voor de realisatie van de premantelzorgwoning dient een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan te worden aangevraagd. Daarbij is de afwijking nodig voor het tijdelijk realiseren van een extra wooneenheid (gebruik) binnen de bouwmogelijkheden uit het geldende omgevingsplan voor het vergroten van woningen en het realiseren van bijgebouwen.
  • - Na afloop van de persoonsgebonden omgevingsvergunning dient de premantelzorgwoning binnen 3 maanden ontmanteld of verwijderd te worden indien deze als vrijstaande unit is gerealiseerd. Is voor de premantelzorgwoning gebruik gemaakt van bestaande bebouwing, dan dient deze ontmanteld te worden (voor bewoning ongeschikt te worden gemaakt) en teruggebracht te worden naar de vorige functie of een andere, niet met het omgevingsplan strijdige, functie of gebruik. Ook vervalt het adres dat is toegekend en zal gebruik als woning niet langer worden toegestaan.
  • - Het gestelde in het tweede lid is niet van toepassing indien binnen 3 maanden na afloop van de persoonsgebonden omgevingsvergunning opnieuw een aanvraag voor een premantelzorgwoning is ingediend waar positief op wordt beschikt.
  • - Alle kosten die verband houden met het planologisch mogelijk maken van de bouw van de woning(en), zoals leges, advies-, onderzoeks-, en (eventuele) planschadekosten (nadeelcompensatie), komen voor rekening van de aanvrager.
  • - Bij verkoop van de hoofdwoning dient er actief (al dan niet via de makelaar) te worden gemeld wat de status is van de premantelzorgwoning zodat dit helder is voor eventuele kopers.

Premantelzorg

  • - De omgevingsvergunning voor een premantelzorgwoning wordt in de vorm van een persoonsgebonden beschikking op naam van de (toekomstige) mantelzorgontvangers of mantelzorgers verleend. Deze vergunning geldt voor de duur van maximaal 10 jaar na verlening en kan – mits op dat moment nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden – verlengd worden met (telkens) 5 jaar.
  • - Om te voorkomen dat een van de echtgenoten/partners na het overlijden van de ander uit de woning wordt gezet is er een langst-levende-principe van toepassing.
  • - De vergunning voor een premantelzorgwoning vervalt eerder dan de termijn in het eerste lid in het geval;
    • - Beide bewoner(s) van de premantelzorgwoning verhuizen of komen te overlijden;
    • - alle bewoners van de hoofdwoning, verhuizen of komen te overlijden.
  • - Na beëindiging van de mantelzorgrelatie door verhuizing of overlijden als bedoeld in het tweede lid dienen de aanvragers binnen drie maanden de gemeente hierover te informeren.