Onderdeel A

Premantelzorg

  • - Bewoning van de premantelzorgwoning is toegestaan door maximaal 2 personen waarvan tenminste 1 persoon de AOW-gerechtigde leeftijd (in 2024 is dit 67 jaar) heeft bereikt of door maximaal 2 personen die in de toekomst mantelzorg gaan verlenen of door maximaal 2 personen waarvan er bij 1 van hen sprake is van een voortschrijdende progressieve ziekte. Hiervoor dient de toekomstige mantelzorgontvanger een medische verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of sociaal-medisch adviseur aan te leveren.
  • - Voor een premantelzorgwoning is geen mantelzorgindicatie vereist. Er dient wel een gesprek plaats te vinden tussen de aanvragers (toekomstig mantelzorgontvangers en verleners) waarbij de bewoner(s) van de hoofdwoning verklaren zich bewust te zijn van de toekomstige mantelzorgtaken en welwillend te staan tegenover de uitvoering ervan en deze zorg zullen verlenen zodra en zolang dat nodig is. Ter vastlegging van dit gesprek wordt door de toekomstige mantelzorgontvanger(s) en mantelzorgverlener(s) een intentieverklaring ondertekend waarmee zij aangeven bekend te zijn met de consequenties van het realiseren van de premantelzorgwoning. Bij deze verklaring dient tevens de sociale relatie tussen de bewoners van de hoofdwoning en de premantelzorgwoning aangetoond te worden. De intentieverklaring wordt als bijlage bij de vergunningsaanvraag door aanvragers verstrekt.
  • - Ondanks het tijdelijke karakter valt de premantelzorgwoning zowel onder de OZB heffing als onder de overige gemeentelijke belastingen en heffingen die passen bij een zelfstandige woning.

Onderdeel B

Algemeen

  • - Er dient sprake te zijn van een sociale relatie of een familie relatie tussen de bewoner(s) van de premantelzorgwoning en de hoofdwoning op het perceel. Dit is een voorwaarde voor het verlenen van de vergunning.
  • - De bewoners van de premantelzorgwoning worden op het adres van die woning ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP) en krijgen een ‘eigen adres’, gebaseerd op het adres van de hoofdwoning, aangevuld door de toevoeging ‘M’.
  • - Een premantelzorgwoning dient te voldoen aan de bepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving en dient qua uitstraling passend te zijn in de omgeving, zulks ter beoordeling aan het bevoegd gezag.
  • - De premantelzorgwoning is altijd een nultredenwoning en kan op basis van geringe aanpassingen geschikt worden gemaakt aan de ontstane of gewijzigde zorgbehoefte op termijn.
  • - Per bestaande woning (VBO met woonfunctie) mag maximaal één premantelzorgwoning worden gerealiseerd.
  • - Het gebruik van de premantelzorgwoning mag niet leiden tot overlast voor de openbare veiligheid, de openbare gezondheid en onevenredige afbreuk doen aan het (woon)karakter van de buurt en/of onevenredig afbreuk doen aan erfgoedwaarden. Er dient sprake te zijn van een veilige fysieke leefomgeving en goede ruimtelijke ordening. Dit ter beoordeling aan het bevoegd gezag.
  • - Parkeren moet in principe plaatsvinden op eigen terrein tenzij aangetoond kan worden dat het plaatsen van de premantelzorgwoning niet tot een toename van de parkeerbehoefte leidt.
  • - Hemelwater van het bouwoppervlak van de premantelzorgwoning en nieuwe verharding worden op eigen terrein geïnfiltreerd.
  • - Voorafgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning is het aan te bevelen om een omgevingsgesprek te voeren. Het doel van dit omgevingsgesprek is het informeren van de buurt over de plannen.
  • - De kosten die verbonden zijn aan het realiseren, plaatsen of aanpassen van een premantelzorgwoning zijn voor initiatiefnemer/vergunninghouder zelf. Voor deze kosten kan geen beroep worden gedaan op de WMO. De kosten voor het afbreken van de woning/unit na einde gebruik of na handhavend optreden worden tevens gedragen door de initiatiefnemer/vergunninghouder.
  • - Ten aanzien van de premantelzorgwoning gelden de volgende eisen aan maatvoering en situering:
    • - De oppervlakte van de woning mag maximaal 100m2 bruto vloeroppervlakte (BVO) zijn (incl. berging). Het BVO is inclusief dragende muren, vides, gevels enz. Dit geldt ook voor de helft van scheidingsconstructie (binnenmuren). Dit is vastgelegd in het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving). Met dien verstande dat het maximaal te bebouwen oppervlak zoals opgenomen in het omgevingsplan niet overschreden mag worden;
    • - Indien de premantelzorgwoning een bestaand gebouw tijdelijk wordt getransformeerd naar wonen en de oppervlakte van dit gebouw is groter dan 100 m², dan kan maximaal 100 m² van het gebouw worden getransformeerd tot tijdelijke woning. De rest van het gebouw krijgt of behoudt een andere functie.
    • - De premantelzorgwoning wordt bij voorkeur gerealiseerd als zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing. Als dat niet mogelijk is kan het ook in de vorm van een separate premantelzorgwoning. Deze laatste mag niet aan de hoofdwoning vast worden gebouwd.
  • - Aanvullend voor aanvragen binnen de bebouwde kom
    • - Het realiseren van een nieuwe premantelzorgwoning is alleen mogelijk binnen de bouwmogelijkheden die de bouwregels van het geldende omgevingsplan bieden voor het realiseren van bijgebouwen of, indien wordt gekozen voor een inpandige premantelzorgwoning, voor het uitbreiden van de hoofdwoning. Ook moet er sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, omgevingswet).
    • - Een premantelzorgwoning mag maximaal bestaan uit 1 bouwlaag en dient op de begane grond gesitueerd te zijn;
  • - Aanvullend voor aanvragen buiten de bebouwde kom
    • - Percelen met de functie Natuur, Bos, Groen – Landschapselement of gebouwen met een specifieke bouwaanduiding- Veldschuur, komen in ieder geval niet in aanmerking voor tijdelijke premantelzorgwoningen.
    • - In het buitengebied is het realiseren van een premantelzorgwoning alleen mogelijk binnen de bouwmogelijkheden voor het vergroten van een (bedrijfs)woning of voor het realiseren van bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen.
    • - Er mogen geen milieubelemmeringen aanwezig zijn ten aanzien van het plaatsen van de premantelzorgwoning en ten aanzien van de situering hiervan. Ook de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven mag niet worden beperkt en er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal).
    • - verschijningsvorm met kap niet aansluit bij het kappenbeeld op de locatie, dan is een plat afgedekt volume mogelijk, maar is de situering beperkt tot op het achtererf tussen of bij de bestaande bijgebouwen.
    • - Verdere vrijstaande bebouwing (berging inpandig) t.b.v. de tijdelijke premantelzorgwoning op het erf is niet toegestaan. Eventuele berging voor de tijdelijke premantelzorgwoning dient in de bestaande bouwmassa te worden ondergebracht.
    • - De premantelzorgwoning dient gebruik te maken van dezelfde toegang tot erf als het hoofdgebouw.
  • - Inspiratiedocument bij toevoeging van een tijdelijke premantelzorgwoning is “Achterhoekse erven veranderen”.