1). In gereguleerd gebied kan een deel van de in Artikel 6 -bepaalde autoparkeereis anders worden ingevuld dan met de aanleg van parkeerplaatsen.

2). Wanneer mobiliteitsalternatieven worden ingezet ter invulling van (een deel van) de parkeereis zoals bedoeld onder 1 dient een mobiliteitsplan ter onderbouwing te worden aangeleverd waaruit blijkt dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat de mobiliteitsalternatieven een deel van de parkeereis invullen. Of dit redelijkerwijs aannemelijk is, is ter toetsing aan de gemeente. Het vereist om in het mobiliteitsplan op te nemen dat vóór oplevering van de woningen (bijvoorbeeld een half jaar) een inventarisatie plaatsvindt onder toekomstige bewoners over hun deelmobiliteitsbehoefte en hoe dit wordt gebruikt bij het vaststellen van het definitieve aanbod van deelmobiliteit bij oplevering van de woningen.

3). Bij de inzet van mobiliteitsalternatieven gelden de volgende mogelijkheden:

  • - het is bij bouwontwikkelingen mogelijk om maximaal 10% van de parkeereis in te vullen met de aanleg van fietsparkeervakken. Dit komt bovenop de vereisten uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Amersfoortse Bouwbrief en paragraaf 2.2 van deze beleidsregels. Daarbij geldt het uitgangspunt dat 1 autoparkeerplaats wordt vervangen door 1 fietsparkeervak van 75 centimeter breed en 200 centimeter lang.
  • - het is bij bouwontwikkelingen mogelijk om de aanwezigheid van een treinstation in te zetten ter invulling van een deel van de parkeereis tot maximaal het percentage zoals opgenomen in onderstaande tabel. Het percentage van de parkeereis dat door de aanwezigheid van een treinstation ingevuld kan worden, is afhankelijk van het type treinstation en de afstand tot het treinstation. Bij de verschillende treinstations is onderscheid gemaakt in zone 1 en zone 2. De afbakening van zone 1 en 2 is opgenomen in bijlage 8. In onderstaande tabel zijn de percentages weergeven voor de verschillende stations en zones waarmee invulling gegeven kan worden aan de parkeereis.

    station

    Zone 1

    Zone 2

    Amersfoort Centraal

    -30%

    -15%

    Schothorst, Vathorst

    -20%

    -10%

  • - het is bij woningbouwontwikkelingen mogelijk maximaal 20% van het gebruikersaandeel van de parkeereis in te vullen met deelmobiliteit. Daarbij geldt in ieder geval:
    • - voor deelauto’s worden gereserveerde parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd;
    • - het aantal gereserveerde parkeerplaatsen wordt berekend door de parkeereis te vermenigvuldigen met het toe te passen reductiepercentage en te delen door 14 (vervangingsratio 1:14), met een minimum van 2 gereserveerde parkeerplaatsen voor deelauto’s;
    • - de hoeveelheid en soort deelmobiliteit wordt afgestemd op de doelgroep. Hierbij is het uitgangspunt dat bij het opleveren van de woningen ten minste op de helft van het aantal gereserveerde parkeerplaatsen onder ii, ook deelauto’s worden aangeboden, met een minimum van 2.
    • - het aanbod van deelmobiliteit is beschikbaar vanaf het moment van oplevering van de eerste woningen. Wanneer woningen gefaseerd worden opgeleverd, wordt in het mobiliteitsplan aangegeven hoeveel deelmobiliteit er per fase bij oplevering van de eerste woningen van die fase worden aangeboden;
    • - de hoeveelheid deelmobiliteit in de gebruiksfase wordt in overleg met de deelmobiliteitsaanbieder afgestemd op de doelgroep en indien nodig door de omgevingsvergunninghouder bijgesteld qua type voertuig en/of qua aantal. De actuele data van het gebruik voor deelmobiliteit wordt volgens de landelijke standaard aan de gemeente beschikbaar gesteld voor monitoringsdoeleinden
  • - het is bij bouwontwikkelingen mogelijk om maximaal 20% van het gebruikersaandeel van de parkeereis in te vullen met parkeren op een grotere afstand op een P+R of in een Stadsrandhub. Daarbij geldt het uitgangspunt dat de parkeervoorziening binnen 15 minuten met het openbaar vervoer of per fiets bereikbaar is (gemeten met Google Maps van ingang bouwontwikkeling tot ingang parkeervoorziening). Tevens dienen afspraken te worden gemaakt tussen de aanvrager van de omgevingsvergunning en de eigenaar van de P+R of hub over de beschikbaarheid van de parkeerplaatsen en de beschikbaarheid van fietsparkeerplaatsen bij de parkeervoorziening (vastgelegd met een gemeentelijke Driepartijenovereenkomst, het format van deze overeenkomst is opgenomen in bijlage 12).

4). Combinaties van mobiliteitsalternatieven genoemd in dit artikel onder lid 3 is mogelijk, waarbij geldt dat combinaties van mobiliteitsalternatieven mogelijk zijn tot in totaal opgeteld maximaal 100 procent van de parkeereis. In bijlage 10 is een stroomschema opgenomen met de maximale inzet van de mobiliteitsalternatieven per gebied.