1. Ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 7c, wordt verleend gehoord burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente en het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of een andere beheerder van het water, behalve als het om eigendomsoverdracht of verlengingsaanvragen gaat.
2. Met het oog op de handhaving van de aan een ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen en op de handhaving van het verbod na afloop of intrekking van de ontheffing, kunnen gedeputeerde staten een bankgarantie of andere financiële zekerheid als voorwaarde stellen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 7d.