**1..** De hoogte van het Pgb voor aanschaf van een vervoersvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura.
**2..** De goedkoopst adequate vervoersvoorziening blijkt uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting, uit een door de gemeente met een gecontracteerde leverancier afgesloten overeenkomst, of de laagst geoffreerde aanschafprijs.
**3..** Indien een Pgb voor aanschaf van een vervoersvoorziening wordt verstrekt, kan zo nodig ook een Pgb voor onderhoud, service en verzekering (instandhoudingskosten) worden toegekend.
**4..** Het Pgb voor onderhoud, service en verzekering wordt jaarlijks betaald gedurende de technische levensduur van de vervoersvoorziening.
**5..** De hoogte van een Pgb voor instandhoudingskosten bedraagt het door het college vastgestelde tarief of het goedkoopst geoffreerde tarief. De door het college vastgestelde tarieven zijn:
Categorie
Soort voorziening
Tarief 2024 in €
Index 20251
Tarief
2025 in €
Handbewogen rolstoelen
Actief
73,28
4,25%
76,39
Handbewogen rolstoelen
Actief en incidenteel
31,85
4,25%
33,20
Handbewogen rolstoelen
Semi-permanent
94,12
4,25%
98,12
Handbewogen rolstoelen
Permanent
127,53
4,25%
132,95
Electrische rolstoel
Electrische rolstoel
372,33
4,25%
388,15
Scootmobiel
Scootmobiel
246,67
4,25%
257,15
Aangepaste fietsen
Driewielfiets
67,27
4,25%
70,13
Aangepaste fietsen
Tandem
94,39
4,25%
98,40
Voorziening kinderen
Duwwandelwagen
85,68
4,25%
89,32
Voorziening kinderen
Handbewogen rolstoel
97,24
4,25%
101,37
Voorziening kinderen
Electrische rolstoel
401,03
4,25%
418,07
1 Indexering 2025 op basis van 70% CPI en 30% OVA
**6..** ndien de inwoner het Pgb aanwendt voor het huren van een vervoersvoorziening ontvangt hij per kalenderjaar het in het eerste lid genoemde totaalbedrag, gedeeld door het aantal gebruiksjaren. Voor een vervoersvoorziening wordt een economische afschrijvingstermijn van 7 jaren gehanteerd.
**7..** De vervoersvoorzieningen in natura worden in bruikleen verstrekt.
**8..** Vervoersvoorzieningen verstrekt in de vorm van een Pgb kunnen worden teruggevraagd bij overlijden van de cliënt, het niet adequaat zijn van de voorziening of indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van de voorziening. De restwaarde van de vervoersvoorziening kan worden teruggevraagd en wordt als volgt bepaald:
Bij overlijden of niet meer adequaat zijn van de voorziening of geen gebruik maken van de voorziening
Restwaarde als percentage van het verstrekte persoonsgebonden budget
Eerste jaar
60%
Tweede jaar
50%
Derde jaar
40%
Vierde jaar
30%
Vijfde jaar
20%
Zesde jaar
10%
Zevende jaar
0%