1.. Een cliënt kan zich met een hulpvraag op het gebied van jeugdhulp tot het college wenden.

2.. Behalve door de cliënt zelf, kan de hulpvraag ook kenbaar gemaakt worden door een wettelijke vertegenwoordiger. Een zorgverlener kan ook een hulpvraag van de jeugdige kenbaar maken, indien hij/zij daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft van de cliënt.

3.. Er kan op de volgende manieren een hulpvraag kenbaar worden gemaakt:

  • - Telefonisch via het informatienummer van de gemeente (0546-541111);
  • - Fysiek;
  • - Digitaal.

4.. Tijdens het eerste contact wordt beoordeeld of de vraag om informatie of advies van de cliënt direct afdoende en naar tevredenheid kan worden beantwoord. Bij twijfel of als uit het contact blijkt dat er een onderzoek moet plaatsvinden, wordt de hulpvraag geregistreerd. Het onderzoek kan bestaan uit:

a. Een telefonisch onderzoek tijdens het (eerste) contact waarna een verwijzing volgt naar bijvoorbeeld een andere voorziening (bijvoorbeeld een algemene voorziening). In dit geval wordt geen ondersteuningsplan geschreven;

b. Een onderzoek als bedoeld in artikel 2.7 van de verordening. Dit onderzoek kan leiden tot het opstellen van een ondersteuningsplan.