1.. Naar aanleiding van een melding wordt een onderzoek uitgevoerd als bepaald in artikel 2.4 van de verordening.

2.. Indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht mantelzorgers, familieleden of reeds aanwezige hulpverleners bij het onderzoek betrokken. Dit neemt niet weg dat degene die het onderzoek uitvoert te allen tijde het recht heeft de cliënt zonder aanwezigheid van derden te spreken, met uitzondering van de onafhankelijke cliëntondersteuning.

3.. Een aanbieder wordt in het stadium van het onderzoek naar aanleiding van de melding niet betrokken bij het onderzoek, tenzij het onderzoek c.q. de vraagverheldering in opdracht van het college door deze aanbieder wordt verricht. Een Pgb-aanbieder is derhalve niet aanwezig in het kader van het onderzoek en komt pas concreet in beeld, nadat het ondersteuningsplan is opgesteld en het de wens is van de cliënt de verstrekking van de ondersteuning te laten plaatsvinden in de vorm van een Pgb.

4.. Het college onderzoekt de onderwerpen die in de Wet en de verordening staan opgenomen.

5.. Het onderzoek wordt afgerond met een ondersteuningsplan dat aan de cliënt wordt verstrekt. In het ondersteuningsplan zijn in ieder geval omschreven:

  • - De uitkomst van de stappen, zoals genoemd in artikel 2.4 van de verordening;
  • - De resultaten die bereikt zouden moeten worden met de inzet van ondersteuning;
  • - Indien van toepassing: het moment waarop deze resultaten door het college worden geëvalueerd;
  • - Indien van toepassing: gemaakte afspraken met de cliënt en/of zorgverlener.