1.. Het college mag verwachten van een inwoner dat hij/zij zich inspant om de eigen situatie te verbeteren of dat iets gedaan wordt door een partner of familielid. Zo mag het college uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner door bijvoorbeeld te verwachten dat de inwoner gebruik maakt van een algemeen gebruikelijke voorziening of een andere regeling/voorziening die de beperking van de inwoner vermindert of opheft.

2.. Voordat een inwoner in aanmerking kan komen voor een maatwerkvoorziening dient hij/zij in eerste instantie te kijken in hoeverre hijzelf/zijzelf, of indien mogelijk met zijn/haar directe omgeving, een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van zijn/haar situatie. Iedere inwoner is primair zelf verantwoordelijk voor diens eigen leven en daarmee voor de eigen zelfredzaamheid en participatie. Daarnaast behoort tot de eigen kracht ook het gebruik maken van de hulp van het sociaal netwerk of een mantelzorger en bijvoorbeeld de mogelijkheid om zich te laten behandelen.

3.. Bij de beoordeling van de eigen kracht wordt ook rekening gehouden met de situatie die aan de hulpvraag voorafgaat. Bijvoorbeeld door te anticiperen op een levensfase waarin beperkingen niet ongebruikelijk meer zijn. Inwoners zullen zich bijvoorbeeld moeten voorbereiden op wat veelal hoort bij de levensfase van het ouder worden, zoals de behoefte aan een kleinere woning in verband met het vertrek van kinderen, de nabijheid van winkels en gemaksdiensten, een gelijkvloerse woning in verband met verminderde mobiliteit.

4.. Onder het aanwenden van eigen kracht wordt ook verstaan deelname aan de programma’s die gericht zijn op het vergroten van de mogelijkheden van de inwoner om zelf huishoudelijke activiteiten te verrichten en/of de zelfredzaamheid te versterken. Door bijvoorbeeld de interventie Powerful Ageing, deze inzet is gericht op het verbeteren van de fysieke zelfredzaamheid van de ouder wordende mensen.

5.. Ook het mogelijk maken van de inzet van (zorg-)technologie wordt beschouwd als het bestendigen van de eigen kracht.

6.. Het gebruik maken van de eigen kracht betekent ook dat de inwoner zelf voorziet in de kosten/voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn (zie ook artikel 1.6).

7.. Gebruik maken van de eigen kracht veronderstelt dat de inwoner aanspraak maakt op een door hem/haar afgesloten (aanvullende) ziektekostenverzekering indien deze mogelijkheid bestaat en daardoor een beroep op een maatwerkvoorziening kan worden voorkomen en/of worden beperkt.

8.. Uitdrukkelijk behoort tot de eigen kracht ook het beroep doen op voorzieningen op grond van een andere wet (voorliggende voorzieningen).