1.. De budgethouder is op basis van mandatering verantwoordelijk voor te leveren producten en diensten door de gemeente en de efficiënte, effectieve en doelmatige besteding van het hiervoor toegekende budget.

2.. De budgethouder legt verantwoording af over de voortgang in de realisatie van beleidsvoornemens en het verloop van de budgetten. Deze verantwoording geschiedt in de vorm van tussentijdse bestuursrapportages en de jaarrekening.

3.. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast het college van burgemeester en wethouders met het vaststellen van de (concept)jaarrekening de budgethouder van zijn verantwoordelijkheid.