**1..** Bij de verlening van een urgentieverklaring wordt de houder ervan ingedeeld in een urgentiecategorie.
**2..** De houder van een urgentieverklaring heeft met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 2.2 voorrang bij het verlenen van een huisvestingsvergunning indien voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden:
de urgentieverklaring is niet ingetrokken;
de aangeboden woonruimte behoort tot het woonruimtetype dat in het zoekprofiel van de urgentieverklaring is opgenomen;
de aangeboden woonruimte is ligt in het zoekgebied dat onderdeel uitmaakt van het zoekprofiel dat in de urgentieverklaring is opgenomen;
indien woonruimte via openbaar aanbod te huur wordt aangeboden, is in de urgentieverklaring met toepassing van artikel 3.2.2, vijfde lid, onder a, of in het bemiddelingsmodel niet uitgesloten dat de houder van de urgentieverklaring op de aangeboden woonruimte mag reageren;
in de urgentieverklaring is niet met toepassing van artikel 3.2.2, vijfde lid, onder b, bepaald, dat de houder van de urgentieverklaring niet vanwege de urgentieverklaring voorrang heeft bij het verenen van huisvestingsvergunningen.
**3..** De urgentieverklaring vervalt indien:
de houder niet langer als woningzoekende is ingeschreven in het aanbodinstrument; of
bij verhuizing naar een in de eerste of tweede fase aangeboden zelfstandige woonruimte, tenzij het college van burgemeester en wethouders besluiten dat het aan de urgentie ten grondslag liggende huisvestingsprobleem niet opgelost is.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.1.
Werking van de urgentieverklaring
Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025