Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.

Artikel 3.2.2.

Inhoud van de urgentieverklaring

Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025

1.. Het college van burgemeester en wethouders vermeldt in de urgentieverklaring in ieder geval: de naam van de houder of namen van de houders van de urgentieverklaring; het zoekprofiel, met daarin een omschrijving van het woonruimtetype en het zoekgebied waarvoor de urgentieverklaring voorrang geeft bij het verlenen van huisvestingsvergunningen; de voorkeursurgentieregio; en, de bemiddelingsmodellen waarbij de urgentieverklaring voorrang geeft bij het verlenen van huisvestingsvergunningen. 2.. Indien van toepassing vermeldt het college van burgemeester en wethouders in de urgentieverklaring eveneens: de eventueel aan de urgentieverklaringen verbonden voorwaarden en verplichtingen; de in artikel 3.4.7 bedoelde uitverhuisdatum; en de bemiddelingsmodellen bij de toepassing waarvan de urgentieverklaring geen voorrang geeft bij het verlenen van huisvestingsvergunningen. 3.. Het in het zoekprofiel op te nemen zoekgebied omvat de gehele regio. 4.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid kan het in het zoekprofiel op te nemen zoekgebied slechts één regiogemeente omvatten, wanneer dat naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk is om het huisvestingsprobleem op te lossen. 5.. In de urgentieverklaring kan worden bepaald dat de houder van de urgentieverklaring: niet zelf via het aanbodinstrument naar woonruimte mag zoeken; bij bepaalde in artikel 2.2.6 bedoelde categorieën woonruimte niet vanwege de urgentieverklaring voorrang heeft bij de verlening van een huisvestingsvergunning; op verzoek van het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden dient te verstrekken waarmee het college van burgemeester en wethouders kan beoordelen of de urgentieverklaring gewijzigd of ingetrokken dient te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel