De VTH-taken worden niet alleen door de gemeente zelf uitgevoerd, er wordt samengewerkt met meerdere VTH-partners.

Uitvoeringsorganisatie gemeente Amersfoort

De gemeente Amersfoort heeft de uitvoering van haar VTH-taken georganiseerd binnen de afdeling VTH. Daarbij zijn vrijwel alle VTH-taken op het gebied van milieu ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD). Op het gebied van brandveiligheid wordt nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Utrecht (hierna: VRU).

Binnen de afdeling VTH zijn Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving functioneel en per medewerker gescheiden. Hiermee wordt voorkomen dat een bedrijf een vergunning én daarna een controle krijgt van dezelfde medewerker.

Beschikbare capaciteit 2025

De beschikbare capaciteit bij de afdeling VTH voor de uitvoering van de VTH-taken over 2025 staat opgenomen in bijlage 4 Doelstellingen en formatie 2025.

Aan de doelstellingen voor 2025 uit hoofdstuk 5 hebben we inzet en formatie gekoppeld.

Financiële Borging

De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentelijke jaarlijkse begroting.

De benodigde middelen voor Vergunning, Toezicht en Handhaving worden deels gedekt door inkomsten uit de leges en deels door financiering vanuit de algemene middelen. Werkzaamheden die gerelateerd zijn aan het vergunningenproces worden gefinancierd uit de legesinkomsten. De overige kosten worden gedekt uit de algemene middelen. Dit bedrag is financieel gewaarborgd in de begroting.

Uit de leges worden de kosten voor vergunningverlening, administratieve zaken en de helft van beleid en kwaliteitszorg bekostigd. Dit betreft namelijk werkzaamheden die zowel omgevings- als evenementenvergunning betreffen. Beleid en kwaliteitszorg wordt slechts voor de helft betrokken omdat zij ook werkzaamheden buiten het vergunningenproces verrichten. Dat geldt ook voor juristen en bouwinspecteurs.

Het budget voor het management en voor de overige inzet op toezicht en handhaving, juridische zaken en beleid en kwaliteitszorg, komt uit de algemene middelen.

Zodra de vraag om vergunningen toeneemt, en ook het daaraan verbonden toezicht, wordt er extra ingehuurd vanuit het budget dat ontstaat door de toegenomen leges.

Voor 2025 zijn deze legesinkomsten nog steeds onzeker door de wijziging van de legesverordening als gevolg van de inwerkingtreding van de Ow en Wkb. Het stelsel van kwaliteitsborging is in 2024 nog niet op gang gekomen. Het blijft dus zaak goed te monitoren hoe de legesinkomsten zich in de loop van 2025 ontwikkelen om hier ook de eventuele formatie op aan te passen. Voor 2024 waren de legesinkomsten en algemene middelen afdoende om de kosten voor VTH te dekken.

Samenwerkingspartners

De RUD voert voor de gemeente Amersfoort milieutaken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de RUD en Amersfoort liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: DVO). De RUD rapporteert ieder half jaar en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de RUD jaarlijks een uitvoeringsplan op. Dat uitvoeringsplan maakt jaarlijks integraal onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma. Dit Uitvoeringsprogramma is op basis van de regionale U&H strategie zoals die ook door het college van Amersfoort is vastgesteld.

De VRU adviseert de gemeente Amersfoort en de Provincie Utrecht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De VRU controleert daarnaast risicogericht op bestaande bouwwerken en geeft voorlichting over brandveiligheid aan consumenten en ondernemers. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Amersfoort liggen vast in een DVO. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Amersfoort een jaarplan op.

De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is al jaren een breed samengesteld Provinciaal Samenwerkings Overleg (PSO) operationeel, dat is doorontwikkeld in een Bestuurlijk Overleg VTH. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen uit de Omgevingswet. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, nemen ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit deel aan het overleg. Daarnaast nemen ook de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) als adviseurs deel aan het overleg.

In het kader van de invoering van de Omgevingswet is er intensief samengewerkt en zijn de afspraken bestuurlijk vastgelegd en verder uitgewerkt in praktische afspraken tussen alle samenwerkende partners.

Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT)

De Provincie Utrecht ziet toe of- en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.

In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het Omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kon het oordeel uitkomen op “voldoet niet”, “voldoet deels” of “voldoet”.

De beoordeling over 2023-2024 is uitgekomen op ‘voldoet deels’. Met enkele gerichte verbeteringen en een continue aandacht voor kwaliteit is de ambitie om bij de volgende beoordeling op “voldoet” uit te komen.

De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten in de provincie Utrecht heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen.

Door de invoering van de Omgevingswet zijn de afspraken weer herzien en praktisch vertaald in werkafspraken.

In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht plaats.

In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Inzet van OM en politie is conform de landelijke handhavingsstrategie, die geborgd is in ons handhavingsbeleid.

Politie, OM, belastingdienst en gemeenten werken regionaal samen met het RIEC. Regionaal Informatie en Expertise Centrum. (Landelijk LIEC). Het RIEC Midden Nederland heeft een actieplan “wie praat, die gaat” opgesteld, hierin zijn de regionale prioriteiten voor de komende jaren vastgelegd, gericht op het tegengaan van ondermijning. Casuïstiek wordt opgepakt onder het werkproces van signaal tot interventie; hieronder val onder andere de lokale casuïstiek uit het ondermijningsoverleg, maar ook casuïstiek in het Districtelijk Team Ondermijning. Bij de lokale casuïstiek, indien relevant, betrekken wij ook onze partners zoals de RUD.

De Interbestuurlijk Toezichthouder heeft gevraagd om een verbeterde afstemming tussen gemeente OM, met name waar het gaat om de doelen die we willen bereiken en de inspanningen die we daartoe verrichten. Deze afstemming tussen een individuele gemeenten en het OM hebben weinig toegevoegde waarde. Amersfoort zal via het platform Provinciaal Samenwerkingsoverleg verzoeken om tot een regionale afstemming te komen voor de Uitvoeringsprogramma’s van de gemeenten, provincie en ODU voor 2026.

De politie treedt als partner vooral zichtbaar op bij de handhaving van de openbare orde. De politie werkt nauw samen met de BOA’s, bijvoorbeeld tijdens de horecaconctroles in de weekenden. Ook tijdens de reguliere werkzaamheden van de BOA’s ondersteunt de politie wanneer dat gevraagd wordt. En vice versa.

De politie besteedt daarnaast op drie niveaus aandacht aan milieudelicten:

  • - eenvoudige delicten, zoals zwerfvuil, afval lozen in wateren, verbranden van afval en geluidsoverlast. Iedere politiefunctionaris kan hiertegen optreden.
  • - middelzware delicten, zoals het illegaal dumpen van afval, het in bezit hebben van bedreigde dier- en plantensoorten, en handel in illegaal vuurwerk. Milieurechercheurs verrichten zelfstandig onderzoek naar het delict;
  • - zwaardere delicten. Hierbij werkt de milieurecherche samen met andere opsporingsdiensten of ministeries. Zware milieudelicten zijn vaak nauw verbonden met delicten als fraude, oplichting en valsheid in geschrifte.

Het opsporen en bestrijden van (middel)zware milieucriminaliteit gebeurt door een Regionaal Milieuteam. Ook is er een landelijke recherche die zich bezighoudt met (inter)nationale milieumisdaden.

Amersfoort beschikt over een handhavingsarrangement met de politie waarin nadere afspraken over o.a. de samenwerking zijn gemaakt.