- - Voor de goede ontwikkeling van een boom moet er voldoende ruimte zijn, boven en onder de grond;
- - Bij voorkeur plant de gemeente Berkelland geen bomen in verharding, maar in plantvakken of gras;
- - Rekening houden met kabels en leidingen; eventueel kijken naar haalbaar alternatieven o.b.v. heesters.
- - De bomen worden geplant met duurzame materialen, en goede watergeef voorziening;
- - Ook krijgt de boom voldoende voedingsstoffen en watervasthoudend materiaal in het plantgat.
-
- - Soortkeuze en maatvoering
- - Soortkeuze afstemmen zodat er zo weinig mogelijk overlast is;
- - Bij voorkeur geen vormbomen (lei, knot of kandelaber);
- - Vanwege ziektegevoeligheid en plagen hebben gewone es, kastanje, gewone iep, gewone eik, Acacia Robina en beuk niet de voorkeur;
- - Bij voorkeur kiezen voor een diversiteit aan bomen, die meerwaarde hebben voor de biodiversiteit, aantrekkelijk voor inheemse fauna (vogels, insecten et cetera);
- - Op initiatief van inwoners kunnen er fruitbomen worden geplant (mits inwoners zorgdragen voor pluk en extra onderhoud);
- - De minimale maat voor aanplant is 14-16. In bijzondere projecten kan een grotere maat geplant worden, tot maximaal maat 30-35.
Bovengrondse groeiruimte
De boom heeft voldoende ruimte nodig zodat hij kan uitgroeien zonder hinderlijk te worden voor de omgeving. Er moet rekening gehouden worden met de grootte, groeivorm en eventuele opkroonhoogte van de boom als hij volwassen is.
Ondergrondse groeiruimte
Er moet genoeg ondergrondse ruimte zijn die doorwortelbaar is. Een richtlijn is ¾ m3 per m2 kroonprojectie.
Een goede doorwortelbare bodem moet voldoen aan een aantal voorwaarden:
- - De indringingsweerstand moet minder zijn dan 1,5 MPa;
- - De bodem moet genoeg lucht en water bevatten. Zandgrond minimaal poriënvolume van
- - 45% en kleigrond 55%;
- - De lucht in de bodem moet in het groeiseizoen een zuurstofgehalte van 16 volumeprocent bezitten;
- - De grond moet continu voldoende vocht en voedingsstoffen bevatten;
- - Bij aanplant worden voedingsstoffen toegevoegd en watervasthoudende elementen.
Eisen groeiplaats in volle grond (doorwortelbare ruimte)
- - Minimale afstand doorwortelbare ruimte aan 1 of maximaal 2 zijden is 1,5 m vanaf de stam gerekend;
- - De minimale doorwortelbare diepte is 0,75 m, gerekend vanaf het maaiveld en bedraagt maximaal 1,0 m. Daaronder mag geen storende grondlaag en/of lagen aanwezig zijn. Minimale afstand tot GHG is 0,10 m. De laag teelgrond moet minimaal 0,10 m boven de GHG zitten;
- - Teelgrond (doorwortelbare ruimte) bevat een streefwaarde van 3% organische stof (stabiele humus), voor bomen in de volle grond;
- - Bij bomen die binnen een straal van 2 m van een verharding staan is een wortelwerende voorziening langs de verhardingsconstructie noodzakelijk. Te nemen maatregel (materiaal en/of lengte) ter goedkeuring aan de projectleider van de gemeente voorleggen.
Eisen groeiplaats in (gedeeltelijke) verharding en/of halfverharding
Voor bomen in volle grond waarin de doorwortelbare ruimte niet behaald kan worden, waarvan de streefwaarde minder dan 75% is, zijn aanvullende maatregelen onder de verharding en/of halfverharding noodzakelijk in de vorm van een groeiplaatsconstructie:
- - Bomen van de 1e grootte – streefwaarde is 75 m3; waarvan minimaal 25 m3 vollegrond;
- - Bomen van de 2e grootte – streefwaarde is 45 m3; waarvan minimaal 15 m3 vollegrond;
- - Bomen van de 3e grootte – streefwaarde is 25 m3; waarvan minimaal 8 m3 vollegrond.
Voor bomen in volledige verharding of halfverharding dient een volledige groeiplaatsconstructie te worden aangelegd:
- - Bomen van de 1e grootte – streefwaarde 40 m3;
- - Bomen van de 2e grootte – streefwaarde 25 m3;
- - Bomen van de 3e grootte – streefwaarde 13 m3.
Hoeveelheid, type constructie en te nemen maatregelen (water en luchttoevoer) ter goedkeuring voorleggen aan de projectleider van de gemeente, in overeenstemming met een groendeskundige van de gemeente.
Groeiplaatsconstructies dienen zo veel mogelijk voorkomen te worden.
Bestaande grond verbeteren
Het is ook mogelijk om bestaande grond (geen zand) te hergebruiken en te verbeteren tot het gewenste organische stof percentage. Ervan uitgaande dat deze grond minimaal 1 à 2% organische stof bevat.
Maximale hoeveelheid op te mengen bodemverbeteraar:
- - Compost en dergelijke (voldoende uitgerijpt) tot 2 m3 per 100 m2;
- - Wormenmest en dergelijke tot 0,15m laagdikte (los gestort), oppervlakte per boom 25 m2 (circa 5 x 5 m);
- - Dendrovorm en dergelijke tot 10kg per 100 m2;
- - Homogeen doormengen (spitten) in de bovenste 0,60 m.
Eisen aanleg
Boompalen:
- - Bij elke nieuwe boom dienen 3 korte niet- verduurzaamde palen, met kokos of jute touw worden aangebracht. Langs de palen komt een gietrand van gerecycled plastic;
- - Palen 1,25 m lang, doorsnede 80 tot 100 mm, FSC-hout (onbehandeld);
- - De palen komen tot ongeveer 0,45 m boven het maaiveld.
Kwaliteit plantmateriaal:
- - De bomen zijn van A kwaliteit, bij kweker minimaal 3x verplant en zijn voorzien van een “draadkluit”, afkomstig van zandgrond of leemhoudend zand en neonicotinevrij gekweekt. De ontwikkelaar vraagt goedkeuring vooraf voor de te leveren partij. Gemeente keurt, merkt en zoekt zo nodig de partij bomen uit;
- - Planten, diepte in verhouding tot de kluit waarbij de bovenzijde kluit gelijk is aan bovenzijde van aansluitend maaiveld. Bovenkant draadkluit losmaken;
- - Aanbrengen en in stand houden gietrand ten behoeve van water geven gedurende onderhoudsperiode;
- - Materiaal LDPE (UV-bestendig), hoogte 300 mm, dikte 3 tot 4 mm, kleur groen of zwart, Ø gietrand 0,20 ruimer dan Ø kluit, gietrand circa 0,10 m ingraven, circa 0,20 m zichtbaar boven maaiveld aanbrengen;
- - Vastzetten aan buitenzijde boompalen.
Onderhoudsperiode
- - Controle van nieuwe bomen, zuurstofgehalte kluit, boombanden zo nodig verruimen en vervangen, boompalen zo nodig vervangen, boom en boompalen zo nodig rechtzetten;
- - Bij aanplant van bomen een watergeef regime meenemen gedurende onderhoudsperiode. Water geven naar behoefte gedurende 1 groeiseizoen, uitgaan van minimaal 10 x. Gietrand behoeft niet te worden verwijderd aan einde onderhoudsperiode. De gemeente neemt aan het eind van de periode de (onbeschadigde) gietrand over in beheer;
- - Ontwikkelaar dient een lijst bij te houden wanneer genoemde posten, controle en water geven, hebben plaats gevonden en wat het resultaat hiervan is. De ontwikkelaar verstrekt deze gegevens te allen tijde als de opdrachtgever daarom vraagt. De ontwikkelaar verstrekt de lijst met totale gegevens aan de opdrachtgever bij het einde van de onderhoudstermijn;
- - Onkruidvrij houden boomspiegel binnen gietrand;
- - Bij oplevering aan het einde van de onderhoudstermijn dienen de bomen levensvatbaar en onbeschadigd te zijn;
- - Bomen vanaf aanplantmaat ≥ 25-30 hebben een onderhoudstermijn van 3 jaar, inclusief nazorg en hergroeigarantie;
- - Vrijstaande (park-)bomen niet opkronen.