Bosplantsoen vakken zijn minimaal 5 m breed.

Eisen groeiplaats

  • - Teelgrond bevat minimaal 2% Organische stof (stabiele humus);
  • - De minimale doorwortelbare diepte, gerekend vanaf het maaiveld, bedraagt 0,75 m, gerekend vanaf het maaiveld. Daaronder mag geen storende grondlaag aanwezig zijn. Minimale afstand tot GHG is 0,10 m;
  • - Vakken met als doel het creëren van een natuurlijke vegetatie en/of natuurontwikkeling behouden bij de ontwikkeling de oorspronkelijke geomorfologische opbouw. In deze vakken geen bemesting toepassen.

Bestaande grond verbeteren

Het is ook mogelijk om bestaande grond (geen zand) te hergebruiken en te verbeteren tot het gewenste organische stof percentage. Ervan uitgaande dat deze grond minimaal 1 % organische stof bevat.

Maximale hoeveelheid op te mengen bodemverbeteraar:

  • - Compost en dergelijke (voldoende uitgerijpt) tot 2 m3 per are;
  • - Wormenmest en dergelijke tot 0,10 m laagdikte;
  • - Dendrovorm en dergelijke tot 5 kg per are;
  • - Homogeen doormengen (spitten) in de bovenste 0,40 m grondlaag. Dendrovorm doorwerken in de bovenste 0,15 m.

Eisen aanleg

  • - Beplantingsplan en plantlijst maken met vermelding van soort (wetenschappelijke naam) en maat;
  • - Aanplantmaat minimaal 80-100, afwijking in overleg afhankelijk van het sortiment;
  • - Beplanting niet terug knippen anders dan gebroken takken;
  • - Aan te brengen bomen conform voorschriften “eisen aanleg bomen”;
  • - Groepsgewijs aanplanten 1,5 bij 1,5 driehoeksverband;
  • - Afstand rand aanplant minimaal 1,5 m vanaf de rand vak;
  • - Bij natuurlijke vegetatie en/of natuurontwikkeling beplanting is er een sortimentslijst van de gemeente van toepassing.

-

  • - Onderhoudsperiode
  • - Uitmaaien kruidachtige vegetatie. Uitgaan van minimaal 2x per groeiseizoen. Afmaaien onkruid, onkruid niet hoger dan 0,60 m laten worden. Maaisel laten liggen. Ter voorkoming van schade aan beplanting handmatig onkruid verwijderen rondom de planten in een straal van minimaal 0,20 m;
  • - Bij oplevering aan het einde van de onderhoudstermijn dient de beplanting levensvatbaar en onbeschadigd te zijn;
  • - Beplanting moeten vrij zijn van neonicotinoïden en neonicotinevrij gekweekt zijn;
  • - Onderhoud van bomen conform voorschriften “onderhoudsperiode boom”.