Uitgangspunt is gazon en/of speelweide, strak en egaal aan te leggen en te behouden.
- - Het gazon dient egaal, vlak en zonder hoogteverschil aan de band aangelegd te zijn;
- - Gazon opsluiten met een opsluitband langs halfverharde paden, die al dan niet zichtbaar is;
- - Gazons zijn minimaal 2 m breed;
- - De helling mag niet steiler dan 1:3 zijn in verband met gebruik en onderhoud;
- - Obstakels minimaliseren, en zorgen dat deze het onderhoud niet belemmeren;
- - De bereikbaarheid voor maaimachines waarborgen.
Eisen aanleg
- - Toe te passen soort gazon is een recreatie mengsel type R1, 1,5 kg/100 m2;
- - Start bemesting ten bate van gazon (type R1) NPK 12-10-18, 2,5 kg per 100 m2, gelijkmatig verdelen over oppervlakte bij aanleg voor of na het zaaien.
Eisen groeiplaats
- - Teelgrond bevat 2% organische stof;
- - Laagdikte teelgrond en/of doorwortelbare ruimte bedraagt minimaal 0,30 m, daaronder mogen geen storende grondlagen aanwezig zijn.
Bestaande grond verbeteren
Het is ook mogelijk om bestaande grond (geen zand) te hergebruiken en te verbeteren tot het gewenste organische stof percentage. Ervan uitgaande dat deze grond minimaal 1 % organische stof bevat.
Maximale hoeveelheid op te mengen bodemverbeteraar:
- - Compost en dergelijke (voldoende uitgerijpt) tot 2 m3 per 100 m2;
- - Wormenmest en dergelijke tot 0,50 m laagdikte;
- - Dendrovorm en dergelijke tot 5 kg per 100 m2;
- - Homogeen doormengen in de bovenste 0,15 m.
Onderhoudsperiode
- - Bemesting ten bate van gazon (type R1) met KAS (kalkamonsalpeter), 2,5 kg per 100 m2, gelijkmatig verdelen over oppervlakte, tijdstip op aanwijs van de directie en/of gemeente;
- - Maaien gazon: maaihoogte conform CROW-beeldkwaliteit B (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018). Tijdens maaibeurt geen afval kapot maaien;
- - Bijmaaien randen en rondom obstakels. Conform CROW-beeldkwaliteit C (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018). Geen grastossen op de mat en geen vervuiling op omliggende bestrating;
- - Bij oplevering aan het einde van de onderhoudstermijn dient de grasmat vlak, egaal en voldoende gesloten te zijn;
- - Graskanten rondom, beplanting en elementen verharding, minimaal 1x per seizoen steken;
- - Vrijgekomen materiaal afvoeren. Geen grastossen op de mat en geen vervuiling op omliggende bestrating.