De Wet goed verhuurderschap is opgesteld om te waarborgen dat verhuurders zich aan de regels van goed verhuurderschap houden en om misstanden op de huurmarkt tegen te gaan. Artikel 5 van deze wet biedt gemeenten de mogelijkheid een zogenoemde verhuurverordening op te stellen, waarin wordt bepaald dat zonder vergunning van het college in bepaalde gevallen een woon- of verblijfsruimte niet mag worden verhuurd. Deze vergunningplicht mag afgebakend worden voor specifieke doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten. Het afwegingskader bij vergunningen bevat doorgaans (een aantal van) de volgende elementen:
- - Er moet een concept/model-huurovereenkomst overlegd worden, de huurprijs wordt gedeeld, en duidelijk wordt gemaakt om welk pand het gaat;
- - De verhuurder geeft inzicht in of hij in aanraking geweest is met handhaving op grond van de Wet goed verhuurderschap;
- - Gemeenten kunnen voorts de volgende vergunningvoorwaarden verbinden aan de vergunning:
- - De verhuurder toont aan hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap;
- - Het opstellen van een onderhoudsplan voor de woonruimte;
- - De verblijfsruimten voldoen voor arbeidsmigranten aan de geldende eisen van de bouwregelgeving;
- - De aanwezige voorzieningen (keuken, was en doucheruimte etc., houden rekening met het maximumaantal arbeidsmigranten die kunnen verblijven in het gebouw.
De wet maakt bij de weigeringsgronden ook een koppeling met de Wet BIBOB. De bedoeling is daarmee echt om slechte aanbieders uit de markt te weren. Als verhuurders de benodigde vergunning niet vragen, biedt de Wet goed verhuurderschap de mogelijkheid tot handhaving. Bij de eerste overtreding mag een bestuurlijke boete ter hoogte van maximaal de vierde categorie, zoals opgenomen in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opgelegd worden, heden ten dage ca. €25.000. Bij recidive kan een bestuurlijke boete ter hoogte van maximaal de vijfde categorie worden opgelegd, heden ten dage ca. €100.000.
Het instellen van een verhuurverordening heeft twee belangrijke voordelen:
- - De gemeente krijgt grip op de huisvestingsomstandigheden van arbeidsmigranten, misstanden kunnen eerder worden gesignaleerd (en idealiter voorkomen), en slechte verhuurders kunnen worden geweerd;
- - De gemeente krijgt in algemene zin meer zicht op de schaal van huisvesting van arbeidsmigranten; voor elke huisvestingssituatie van deze doelgroep zou dan een vergunning aangevraagd moeten worden.
Aan het opzetten van een nieuw vergunningstelsel zit wél een uitvoeringsvraagstuk. Of, en zo ja hoeveel capaciteit vrijgemaakt zou moeten worden voor de uitvoering van een verhuurverordening is niet te voorspellen zolang de scope van zo een regeling niet vaststaat. Dit komt, samen met financiële consequenties, terug bij het voorstel voor de verordening.