De Omgevingswet geeft de gemeente de bevoegdheid om te bepalen welke functies op welke locaties ruimtelijk gezien toelaatbaar zijn. Dit kan door in het omgevingsplan regels op te nemen over het toestaan of verbieden van bepaalde gebruiksdoeleinden voor bepaalde functies. In hoofdstuk 4.2 gaan wij in op de vraag binnen welke functie wij de huisvesting van arbeidsmigranten vanuit beleidsmatig oogpunt wenselijk vinden. Dit is niet in alle gevallen in overeenstemming met de juridische toelaatbaarheid van arbeidsmigrantenhuisvesting in bepaalde functies, zoals vastgelegd in het huidige omgevingsplan.
Het college geeft voorrang aan het opstellen van een verhuurverordening zoals bedoeld in paragraaf 4.1.1, en deze aan de raad voor te leggen. Dit komt mede voort uit het feit dat door de recente inwerkingtreding van de Omgevingswet het omgevingsplan op een aantal punten nog nader uitgewerkt wordt. Als de voornoemde inzetten op grond van de Wet goed verhuurderschap inadequaat zijn om voldoende in te spelen op huidige of toekomstige behoeften ten aanzien van arbeidsmigrantenhuisvesting, is het aanwenden van omgevingsrechtelijke instrumenten de meest aangewezen weg.