1. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet of artikel 38, tweede lid van het Bbz heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand of het inzetten van re-integratiemiddelen, vindt verlaging plaats.
2. Onverminderd artikel 26, tweede en derde lid, wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
a. tien procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij een benadelingsbedrag tot
€ 2.000,-;
b. twintig procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-;
c. twintig procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 8.000,-;
d. veertig procent van de bijstandsuitkering gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag van € 8.000,- of meer,-.
3. Van een afstemming wordt afgezien:
a. zodra terzake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
b. zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.