Voor de toerekening bedoeld in artikel 10, lid 2 wordt als
rekeneenheid gebruikt het gemiddelde bedrag van de ten nutte van
het exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2
grondoppervlakte.
Onder de grondoppervlakte, als bedoeld in het vorige lid, wordt
verstaan de kadastrale oppervlakte van de in bouwexploitatie te
brengen (bouw)grond of uitgeefbare grond. Desgewenst kan daarbij
een onderscheiding door de gemeente worden vastgesteld naar de
exploitatiewijzen als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a,
zonodig vermenigvuldigd met een liggings- en bestemmingsfactor,
waarin het belang bij de voorzieningen van openbaar nut tot
uitdrukking komt.