Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Reikwijdte van de beleidsregel

Onderdeel van UITGANGSPUNTEN BELEIDSREGEL ARBEIDSMIGRANTEN

Deze beleidsregel heeft als doel om op een verantwoorde wijze huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten in de gemeente Oosterhout mogelijk te maken. De aanleiding hiervoor is tweeledig: enerzijds een grote en structurele vraag naar arbeidskrachten, en anderzijds het belang om de huisvesting mogelijk te maken van de mensen die kunnen voorzien in die arbeidsbehoefte. Het beleid richt zich op gecentraliseerde tijdelijke huisvesting op basis van logies. De logiesfunctie is van toepassing op de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten, omdat er sprake is van kortdurend verblijf en het hoofdverblijf elders is gelegen; dit onderscheidt het van een woonfunctie, waarbij sprake is van permanente bewoning. Dit betekent dat het verblijf van de arbeidsmigrant tijdelijk is, terwijl de locatie zelf langdurig of permanent voor dit doel in gebruik kan zijn. Hoewel het beleid zich in de praktijk met name richt op arbeidsmigranten, maakt de gemeente in ruimtelijke zin geen onderscheid naar herkomst of nationaliteit: het uitgangspunt is dat de huisvesting bedoeld is voor mensen die tijdelijk in Oosterhout verblijven om bij te dragen aan de arbeidsmarkt. Binnen deze vormen van huisvesting is ook ruimte om andere doelgroepen tijdelijk te huisvesten, zoals spoedzoekers of statushouders. De inzet van maximaal 10% van de bedden voor andere doelgroepen (zoals spoedzoekers, studenten of statushouders) is alleen toegestaan als dit past binnen de aard en het beheer van de voorziening, en uitsluitend voor personen van 18 jaar en ouder met een aantoonbare tijdelijke woonbehoefte. Toelichting Artikel 2, lid 1 Beleidsregel De totale behoefte aan tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten in Oosterhout bedraagt naar verwachting circa 950 bedden. In het eerste jaar wordt bewust ingezet op een maximum van 450 bedden om de opgave gefaseerd en beheerst te kunnen uitvoeren. Dit biedt ruimte om ervaring op te doen met de spreiding, inrichting, het beheer en de maatschappelijke inpassing van de huisvestingslocaties. Tegelijk houdt deze aanpak rekening met de ambtelijke capaciteit en de tijd die nodig is voor zorgvuldige besluitvorming en vergunningverlening. Om versnippering van kleinschalige initiatieven te voorkomen, is een ondergrens van 20 bedden per locatie vastgesteld. Grotere locaties maken het bovendien eenvoudiger om beheer, toezicht en voorzieningen goed te organiseren. De grens van maximaal 250 bedden per locatie is gesteld om de menselijke maat te behouden en een goede integratie in de omgeving mogelijk te maken. Grootschalige voorzieningen kunnen afstand creëren tussen bewoners en hun omgeving, terwijl juist kleinere, gespreide locaties bijdragen aan een betere sociale inbedding, leefbaarheid en contact met de buurt. Ook voor de arbeidsmigranten zelf is het belangrijk dat zij in een overzichtelijke, beheersbare en veilige woonomgeving verblijven. Een locatie met maximaal 250 bewoners sluit beter aan bij de schaal van Oosterhout en biedt meer ruimte voor zorgvuldige inpassing, goed beheer en sociale interactie. Om die redenen kiest de gemeente ervoor om in 2026 maximaal één locatie van 250 bedden toe te staan, met aanvullende kleinere locaties verspreid over het grondgebied Twee kleinere locaties (elk met minder dan 250 bedden) mogen alleen binnen een straal van 250 meter van elkaar worden gerealiseerd als hun gezamenlijke capaciteit niet meer dan 250 bedden bedraagt. Zo wordt voorkomen dat een clustering van meerdere kleinere locaties alsnog de impact heeft van één grote voorziening. Locaties die verder dan 250 meter van elkaar liggen, mogen afzonderlijk meer bedden tellen, zolang de totaalgrens van 450 bedden niet wordt overschreden. De hiervoor bedoelde afstanden worden gemeten van bestemmingsgrens tot bestemmingsgrens. Spreiding van huisvestingslocaties over het gemeentelijk grondgebied is belangrijk om de draagkracht van afzonderlijke wijken en dorpen niet te overschrijden en de leefbaarheid te behouden. Hiermee wordt de balans gezocht tussen het bieden van voldoende huisvesting en het voorkomen van overbelasting van wijken, voorzieningen en de openbare ruimte. Om deze reden heeft het college de mogelijkheid af te wijken van de beleidsregel als er een onevenredige druk komt op een bepaald gebied. In lijn met de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt elke aanvraag (als technische activiteit van toepassing is) ook getoetst aan het criterium van Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL). De gemeente beoordeelt per initiatief of het plan past binnen de ruimtelijke, sociale en maatschappelijke context van de locatie. De gemeente kiest nadrukkelijk voor concentratie op enkele grotere locaties om beheersbaarheid, toezicht en maatschappelijke begeleiding goed te kunnen organiseren. Toelichting artikel 2, lid 3 Beleidsregel Onder "aan de randen van woonwijken" wordt verstaan: locaties die aan de buitenzijde van een woonwijk liggen en waar geen direct aangrenzende perceelsgrens is met bestaande woonbebouwing. Bij voorkeur is er sprake van een fysieke buffer, zoals een grasstrook, parkje, watergang of infrastructuur (bijvoorbeeld een weg of fietspad) tussen de huisvesting en omliggende woningen. Deze afstand voorkomt directe overlast, zoals parkeerdruk of geluid, en bevordert een zorgvuldige ruimtelijke overgang tussen wonen en tijdelijke huisvesting. Toelichting artikel 2, lid 3 Beleidsregel Onder “aan de randen van bedrijventerreinen” wordt verstaan: locaties die grenzen aan de buitenste rand van een bedrijventerrein, waar geen sprake is van zware milieucategorieën (zoals bedoeld in de VNG3De VNG-handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ -richtlijnen voor bedrijfsactiviteiten). Het is essentieel dat op deze plekken voldoende fysieke afscherming mogelijk is richting omliggende functies en dat de huisvesting geen belemmering vormt voor de bestaande of toekomstige bedrijfsvoering op het bedrijventerrein. Toelichting artikel 2, lid 4 Beleidsregel Het gebruik van kampeermiddelen zoals (sta)caravans, chalets of tenten voor de huisvesting van arbeidsmigranten is niet toegestaan, wanneer deze zijn geplaatst op recreatieterreinen die zijn bedoeld voor toeristisch verblijf. Dit leidt tot verdringing van recreatieve functies en zorgt voor situaties die moeilijker controleerbaar en handhaafbaar zijn. Dit beleid is niet van toepassing in de volgende vormen van huisvesting: Zelfstandige bewoning van arbeidsmigranten in reguliere huur- of koopwoningen (valt onder de bestemming wonen); Onzelfstandige bewoning van arbeidsmigranten in de vorm van ‘kamerverhuur’ (valt in alle bestemmingsplannen onder de geldende regeling ‘Kamergewijze verhuur’); Seizoensgebonden onzelfstandige huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven (valt onder de regeling in de bestemmingsplannen Buitengebied ‘Omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven);’. Tijdelijk verblijf in particuliere accommodaties die arbeidsmigranten zelf boeken via boekingssites op internet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel