Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Sociaal-maatschappelijke aspecten rondom huisvesting voor arbeidsmigranten

Onderdeel van UITGANGSPUNTEN BELEIDSREGEL ARBEIDSMIGRANTEN

Gemeentelijke voorzieningen en inburgering De arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland verblijven zijn vooral afkomstig uit EU-landen en kunnen zich sinds 2004 vrij vestigen. De gemeente Oosterhout vindt het belangrijk dat zij tijdens hun verblijf zelfredzaam zijn en kunnen participeren in de samenleving. Het blijkt echter dat arbeidsmigranten zich regelmatig behandeld voelen als tweederangsburger. Een basiskennis van de Nederlandse taal en/of omgangsvormen kan daarin het verschil maken. Hoewel arbeidsmigranten niet vallen onder de Wet inburgering, is het wel wenselijk dat zij tijdens hun verblijf toegang hebben tot informatie over taal, werkcultuur en gemeentelijke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en welzijn. Zowel de gemeente als werkgevers en huisvesters hebben hierin een rol. Meertalige informatie (NL/EN/moedertaal) op de huisvestingslocatie draagt bij aan betere participatie en zelfredzaamheid. Gezondheidszorg (Toelichting artikel 3, sub B, lid 3 Beleidsregel) Arbeidsmigranten moeten toegang hebben tot passende en toegankelijke zorg. De gemeente Oosterhout stelt daarom als voorwaarde dat huisartsenzorg voor bewoners van een huisvestingslocatie aantoonbaar geregeld is. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij voorafgaand aan realisatie van de huisvesting afspraken maken over de beschikbaarheid van huisartsenzorg. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerking met een bestaande praktijk, het inkopen van zorg, of het organiseren van digitale consultmogelijkheden. Hoe dit wordt ingevuld, is aan de initiatiefnemer, maar het moet aantoonbaar geregeld zijn. In Oosterhout is de reguliere huisartsenzorg op dit moment overbelast. Daarom is het belangrijk dat initiatiefnemers niet uitgaan van automatische aansluiting bij bestaande praktijken, maar actief zoeken naar alternatieve oplossingen. Bij huisvestingslocaties met meer dan 150 bewoners is een spreekkamer op locatie verplicht. Deze ruimte moet geschikt zijn voor periodieke spreekuren van (para)medisch of welzijnspersoneel en voldoen aan de richtlijnen van de Landelijke Huisartsen Vereniging (minimaal 20 m²). De beschikbaarheid van medische voorzieningen in de omgeving en op locatie is een belangrijk beoordelingscriterium bij het toetsen van initiatieven. De gemeente en initiatiefnemer stemmen hierover af met huisartsen en andere zorgaanbieders. Monitoring van de zorgcapaciteit en periodiek overleg maken deel uit van het vervolgproces. Kwaliteit van huisvesting De kwaliteit van de tijdelijke huisvesting moet minimaal voldoen aan de kwaliteitsnorm van Stichting Normering Flexwonen (SNF). Daarnaast worden er aanvullende voorwaarden gesteld. Dit betreft onder andere: Huisvesting van maximaal één persoon per slaapkamer (twee bij stellen), conform de aanbevelingen van ‘Commissie Roemer’, Het delen van sanitaire voorzieningen (badkamer, toilet, keuken) door maximaal zes personen, in lijn met de norm van de FNV, in plaats van de SNF-norm van acht personen. Elke bewoner moet bovendien beschikken over een afsluitbare kluis of kast omdat dit een belangrijke bijdrage levert aan het gevoel van persoonlijke veiligheid en vertrouwen in de huisvesting. Hoewel de SNF-norm hier slechts beperkt op toetst, is uit signalen van bewoners, vakbonden en inspecties gebleken dat toegang tot een persoonlijke, beveiligde opbergruimte essentieel is om misbruik, diefstal en onderlinge spanningen te voorkomen. Door deze aanvullende eisen expliciet op te nemen, wordt invulling gegeven aan de norm van waardige huisvesting. Kwaliteit van huisvesters en uitzendbureaus Uitzendbureaus moeten beschikken over het SNA-keurmerk en aangesloten zijn bij ABU of NBBU. Deze organisaties vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels. Hiermee wordt beoogd uitsluitend samen te werken met betrouwbare partijen De ervaring leert dat gecentraliseerde huisvesting van arbeidsmigranten tot vragen en zorgen kunnen leiden in de omgeving en afstemming met de omgeving is daarom essentieel. De initiatiefnemer (projectontwikkelaar) en de huisvester zijn verantwoordelijk voor het opzetten van een structureel overleg tussen partijen, zoals de politie, gemeente, en omwonenden (bv. via bewonersorganisaties). De frequentie van dit overleg wordt in overleg met de gemeente vastgesteld. In deze zogenaamde klankbordgroep staat centraal welke afspraken met de omgeving gemaakt moeten worden om de huisvestingslocatie goed te laten functioneren. Huisreglement De locatie beschikt over een huisreglement (Nederlands, Engels en bij voorkeur ook in de taal van de bewoners) waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen. Beheerder Het huisreglement vermeldt wie namens de projectontwikkelaar of huisvester verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer van de locatie. Deze persoon is 24/7 bereikbaar voor bewoners, omwonenden, politie en de gemeente Oosterhout. Bij locaties met 150 of meer bewoners is een inwonende beheerder verplicht, die permanent aanwezig is. De beheerder ziet toe op de veiligheid, de financiële en huuradministratie en zorgt voor het dagelijks onderhoud. Wijzigingen in het beheer worden door de vergunninghouder gemeld bij het college van burgemeester en wethouders. Klachtenregeling De locatie beschikt over een klachtenreglement waarin o.a. opgenomen: aanwezigheid, bereikbaarheid en beschikbaarheid (ook in vakantieperiode etc.) van een vast aanspreekpunt/beheerder en de wijze van de registratie van klachten en meldingen. Parkeergelegenheid (Artikel 3, sub B, lid 4 Beleidsregel) Bij het realiseren van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten moet in voldoende parkeergelegenheid worden voorzien. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte binnen of in de directe nabijheid van de locatie wordt opgevangen. Dit gebeurt op basis van het op dat moment geldende gemeentelijke parkeerbeleid. Daarbij geldt dat parkeren op eigen terrein de voorkeur heeft, maar alternatieve oplossingen, zoals het gebruik van bestaande openbare parkeerplaatsen of gebouwde parkeervoorzieningen zijn toegestaan, mits de beschikbaarheid daarvan voldoende wordt aangetoond. De initiatiefnemer dient bij de aanvraag een onderbouwde inschatting te geven van de parkeerbehoefte, passend bij het aantal bewoners en de aard van het gebruik. Als wordt voorgesteld af te wijken van het uitgangspunt van 1 parkeerplaats per 3 arbeidsmigranten (0,33 pp), moet dit gemotiveerd worden onderbouwd op basis van feitelijk gebruik, reispatronen en mobiliteitsafspraken. Afvalvoorziening (Artikel 3, sub B, lid 5 Beleidsregel) De locatie moet beschikken over voldoende ruimte voor het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval. De voorzieningen moeten afgestemd zijn op het aantal bewoners en zodanig ingericht zijn dat overlast en vervuiling worden voorkomen. Voor de uitvoering wordt aangesloten bij het reguliere gemeentelijke afvalbeleid. Realisatie van (tijdelijke) huisvesting in een kantoorpand In het licht van de dalende behoefte aan kantoorruimte en de opkomst van ESG-regelgeving4ESG staat voor Environmental (milieu), Social (maatschappij) en Governance (bestuur)., kan het passend zijn om kantoren in te zetten voor gecentraliseerde huisvesting voor arbeidsmigranten. Mits dit gecombineerd wordt met verduurzaming door de ontwikkelaar. Van belang hierbij is de status van de panden. Goed bereikbare kantoren met enigszins recent bouwjaar (vanaf ongeveer 2000) en minimaal energielabel A zijn courant in de huidige markt en minder geschikt voor gecentraliseerde huisvesting voor arbeidsmigranten. Voor oudere, afzonderlijk gelegen kantoorpanden (vóór 2000, energielabel B of lager) is vaak minder vraag. Ontspanning en recreatie Het is voor bewoners van een huisvestingslocatie belangrijk dat zij gebruik kunnen maken van voorzieningen die zijn gericht op ontspanning en recreatie. Een buitenruimte is bijvoorbeeld belangrijk om te kunnen sporten of barbecueën, terwijl ook ruimte moet worden geboden aan activiteiten in gemeenschappelijke ruimten in het pand zelf. Dit bevordert het woon- en leefklimaat voor de bewoners. De grootte van de ruimten moeten passend zijn bij de aard en omvang van de locatie. (Ver-)Bouwen naar lokale behoefte (Toelichting Artikel 3, sub A, lid 1 Beleidsregel) Gemeente Oosterhout wil graag voorzien in kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten die in Oosterhout werkzaam zijn. De gehuisveste personen dienen voor minimaal 67% werkzaam te zijn in de gemeente Oosterhout. Het overige deel dient in de regio Midden- en West-Brabant werkzaam te zijn. Deze bepaling is bedoeld om te voorkomen dat huisvestingslocaties in Oosterhout worden gebruikt voor werknemers die elders (bijv. in de Randstad) werken. Zo wordt overbelasting van infrastructuur en lokale voorzieningen beperkt, en wordt aangesloten op de regionale behoefte aan arbeidskrachten. We vragen initiatiefnemers dit aan te tonen. Aangetoond moet worden dat er vraag is naar huisvesting in algemene zin en vraag vanuit lokale werkgevers specifiek. Dit kan worden aangetoond met een schriftelijke verklaring en onderbouwing. Logiesverklaring (Toelichting Artikel 3, sub A, lid 2 Beleidsregel) Deze bepaling is gebaseerd op de aard van de logiesfunctie. De kamers en gedeelde voorzieningen zijn niet toegerust op de privacy- en ontwikkelbehoeften van minderjarigen. Ook ontbreken de ruimtelijke condities voor het voeren van een zelfstandig huishouden of het opvangen van kinderen. Permanente huisvesting behoort daarom niet tot het doel van deze voorziening. Wie zich structureel in Oosterhout wil vestigen, maakt gebruik van het reguliere woningaanbod. Registratie in RNI of BRP en bijhouden van nachtregister Een juiste registratie van arbeidsmigranten is essentieel voor gemeentelijke dienstverlening, toezicht en belastingheffing. Gemeenten hebben de juiste en actuele gegevens over haar inwoners nodig om diverse taken goed uit te kunnen voeren. Afhankelijk van de verblijfsduur vindt registratie plaats via de RNI (verblijf korter dan vier maanden in Nederland) of de BRP (intentie langer dan vier maanden in Nederland). Personen die niet in de BRP zijn ingeschreven worden aangemerkt als toeristen. In dat geval is de huisvester toeristenbelasting verschuldigd. Daarnaast is het bijhouden van een nachtregister wettelijk verplicht (Wetboek van Strafrecht, artikel 438). Hierin worden bij aankomst en vertrek onder meer de datum, volledige naam, contactgegevens, herkomstadres en werkgever van de arbeidsmigrant geregistreerd Omdat arbeidsmigranten hun verhuizing vaak niet (tijdig) doorgeven, is het belangrijk dat ook contactgegevens van de arbeidsmigrant en diens werkgever worden opgenomen. Met de gemeente worden afspraken gemaakt over het delen van het nachtregister. De huisvester is verplicht om medewerkers van gemeente Oosterhout toegang te verschaffen tot het terrein en het pand om controles uit te kunnen voeren omwille van de BRP. Hoewel inschrijving in de BRP de verantwoordelijkheid is van de arbeidsmigrant, wordt van de huisvester verwacht dat hij dit proces actief ondersteunt. Vandaar dat dit ook is opgenomen in de beleidsregels. Wet goed Verhuurderschap (Toelichting Artikel 3 sub B 2 Beleidsregel) De Wet goed Verhuurderschap stelt regels waaraan de verhuurder of verhuurbemiddelaar zich moet houden. De verhuurder/verhuurbemiddelaar: Heeft een werkwijze om woondiscriminatie en intimidatie te voorkomen; Mag de huurder niet intimideren of discrimineren; Mag maximaal twee maanden kale huur aan borg vragen; Vraagt geen extra bemiddelingskosten als verhuurder een bemiddelaar inschakelt; Legt alle afspraken met de huurder vast in schriftelijke huurovereenkomst los van de arbeidsovereenkomst Geeft de huurder informatie over de algemene rechten en plichten aan in een taal die de arbeidsmigrant begrijpt of waar hij de voorkeur aan geeft; hieronder valt ook verantwoordelijkheid van de huisvester om de arbeidsmigrant te informeren over en te ondersteunen bij de juiste inschrijving in de BRP of het RNI Vraagt maximaal de daadwerkelijke gemaakte servicekosten en er moet een jaarlijks overzicht gegeven worden. Door dit als toetsingsvoorwaarde op te nemen wordt geborgd dat ook tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten voldoet aan de minimale landelijke normen . Bestaande wet- en regelgeving Deze uitgangspunten zijn een aanvulling op vigerende landelijke en plaatselijke regelgeving (Omgevingswet, Burgerlijk Wetboek, Wet BRP, Wet goed Verhuurderschap, Parkeerbeleid, Bibobbeleid, Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Oosterhout etc). Alle geldende - plaatselijke - ruimtelijke procedures, beleidskaders en verordeningen met wettelijke bepalingen ten aanzien van woon- en leefklimaat, ontheffingsmogelijkheden, bezwaar en beroepstermijnen blijven onverminderd van kracht. De voorwaarden in de ‘Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten’ verbinden we aan het verstrekken van een omgevingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel