(artikel 11 onder g en artikel 14, derde lid, tweede volzin Leerplichtwet)
Bij een verlofaanvraag minder dan 10 schooldagen dagen vragen ouders verlof aan bij de directeur van de school. De directeur beoordeelt de aanvraag. Bij afwijzing meldt de directeur dit aan de medewerker leerplicht.
Bij een verlofaanvraag langer dan 10 schooldagen vragen ouders verlof aan bij de medewerker leerplicht. De medewerker leerplicht beoordeelt de aanvraag. De medewerker leerplicht overlegt met de directeur en informeert daarna ouders en directeur over het besluit.
De medewerker leerplicht geeft de ouders een termijn van 5 werkdagen om ontbrekende informatie in hun aanvraag aan te vullen.
Ouders, de jongere en/of betrokkenen mogen een verzoek doen om hun mening te geven als ze het niet eens zijn met het besluit op de aanvraag (zienswijze); dit wordt dan vastgelegd en besproken.
De medewerker leerplicht legt de behandeling van de aanvraag zorgvuldig vast in het leerling dossier.
Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan tien dagen, controleert de medewerker leerplicht of er sprake is van omstandigheden zijn waar de ouder of de leerling niets aan kunnen doen, zoals familieomstandigheden, medische of sociale indicatie.
De medewerker leerplicht kan aan de directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(en) een advies geven over hoe om te gaan met aanvragen voor verlof voor tien schooldagen of minder, zodat alle aanvragen op dezelfde manier en volgens de regels beoordeeld worden.
Indien er een bezwaarschrift op een besluit wordt ingediend, dan laat de ambtenaar zich adviseren door de Afdeling Juridische Zaken van de gemeente. Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de procedure beschreven in hoofdstuk 8 van de Verordening Sociaal Domein.
Artikel 5.
Verlof wegens andere gewichtige omstandigheden
Onderdeel van Ambtsinstructie leerplicht gemeente Horst aan de Maas