Aangegeven wordt voor welke soorten activiteiten subsidie kan worden verleend, waarbij in alle gevallen een duidelijke relatie aantoonbaar moet zijn met de verwezenlijking van de ambities, doelstellingen en beleidsprogramma’s in de nota. In lid 3 is dit ten overvloede nog eens benadrukt. De verordening onderscheidt drie subsidiecategorieën: voorzieningen aan woningen en woongebouwen, ontwikkelingssubsidies en initiatieven uit de buurt. Daarnaast is een algemene kapstokbepaling opgenomen. Hierop kan eventueel een beroep worden gedaan ten behoeve van een van de vele suggesties uit de nota. Door het veelzijdige karakter daarvan is het niet zinvol nadere bepalingen op te nemen: in artikel 5, lid 2.6 is het toetsingskader afdoende vastgelegd. Ook de aanhef van lid 1 legt een duidelijke koppeling met de nota.
Op grond van lid 5 kan de raad invulling geven aan het principe van gebiedsgericht werken. Het geconcentreerd inzetten van financiële middelen biedt de beste ondersteuning van een gezamenlijke inzet, door gemeente, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en bewoners, om een werkelijke vernieuwing tot stand te brengen.
Hoofdstuk
Artikel 2
Subsidietoepassingsgebied
Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing