Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Criteria voor de plaatsing

Onderdeel van Sociaal statuut gemeente Gennep

Bij een organisatiewijziging geldt ten aanzien van de plaatsing van werknemers in de nieuwe organisatie het uitgangspunt ‘mens-volgt-werk’. Dit houdt in dat de werknemer, zo mogelijk, wordt geplaatst in de eigen, ongewijzigde functie. Is plaatsing in de eigen functie niet mogelijk, dan is de plaatsingsvolgorde als volgt: de werknemer wordt geplaatst in een uitwisselbare functie; de werknemer wordt geplaatst in een passende functie; de werknemer wordt geplaatst in een geschikte functie. Als het aantal te plaatsen werknemers het aantal beschikbare functies overtreft, geldt bij de plaatsing het afspiegelingsbeginsel (volgens UWV-systematiek). Het afspiegelingsbeginsel leidt per groep van uitwisselbare functies tot een plaatsingsvolgorde van werknemers. Na de plaatsingsprocedure wordt deze rangordening van werknemers die niet konden worden geplaatst, gehanteerd als er binnen 1 jaar na de reorganisatie in de groep van uitwisselbare functies vacatures ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel