1.. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor een plaats op het kermisterrein, al dan niet voorwaardelijk, intrekken indien:

  • - De vergunninghouder het bij of krachtens deze verordening bepaalde overtreedt;
  • - Van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel waarvoor zij is bestemd;
  • - De vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag.

2.. Een mondeling besluit tot intrekking op grond van lid 1 van dit artikel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd. Aan dit schriftelijke besluit wordt de bezwaar- en beroepsmogelijkheid verbonden ingevolge de Algemene wet bestuursrecht.