**1..** De inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 6 van de Wet en de medewerkingsplicht, als bedoeld in artikel 7 van de Wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.
**2..** De inlichtingenplicht houdt in ieder geval in het aanleveren van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en/of het melden van wijzigingen in de financiële situatie, woonsituatie of gezinssituatie.
**3..** De medewerkingsplicht houdt in dat cliënt medewerking verleent die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van schuldhulpverlening. Hieronder wordt onder andere verstaan:
- - het nakomen van gemaakte afspraken in het kader van schuldhulpverlening, waaronder de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst en het Plan van aanpak;
- - het aanvaarden van en actief deelnemen aan de ingezette producten of diensten, die voortvloeien uit het Plan van aanpak of die gedurende het schuldhulpverleningstraject naar het oordeel van het college benodigd zijn om schulden te voorkomen, op te lossen en/of financiële zelfredzaamheid te vergroten;
- - geen nieuwe schulden aangaan na toelating tot schuldhulpverlening die het nakomen van aflossingsverplichtingen aan bestaande schuldeisers in de weg staan;
- - zoveel mogelijk afloscapaciteit creëren door het verruimen van inkomen, inzetten van beschikbaar vermogen en minimaliseren van uitgaven, en deze afloscapaciteit gebruiken ter afbetaling van de schulden;
- - Het verwerven van inkomsten naar de volledige arbeidscapaciteit, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van cliënt gevraagd kan worden;
- - De cliënt betaalt alle lopende rekeningen (huur, energievoorschot, zorgverzekering, etc.) op tijd;
- - De cliënt meldt alle schulden en eventueel vergeten schulden zo spoedig mogelijk bij het college;
**4..** De cliënt blijft ook gedurende het schuldhulpverleningstraject zelf verantwoordelijk voor zijn financiële situatie.