Reserves maken deel uit van het eigen vermogen en zijn in principe vrij besteedbaar. De algemene reserve fungeert als het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze reserve heeft geen specifieke bestemming en is bedoeld om (financiële) risico’s in algemene zin op te vangen, bijvoorbeeld wanneer de begroting of eventuele bestemmingsreserves geen oplossing bieden (bufferfunctie).

De bestemmingsreserve is een reserve die voor een specifiek doel is gevormd. Hoewel de bestemming van deze reserve via een raadsbesluit is vastgesteld, creëert dit besluit geen verplichting. De raad heeft de mogelijkheid de bestemming van de reserve te wijzigen of de reserve geheel op te heffen.

In het algemeen onderscheiden we de volgende functies van reserves:

  • - Bufferfunctie: Dit is de belangrijkste functie van het eigen vermogen. Reserves dienen als één van de instrumenten om niet-kwantificeerbare risico's af te dekken;
  • - Egalisatiefunctie: Reserves kunnen worden aangelegd om baten en lasten over meerdere jaren gelijkmatig te verdelen, zodat pieken en dalen in de exploitatie worden voorkomen. Voorwaarde is dat er een actueel meerjarenperspectief aan ten grondslag ligt;
  • - Bestedingsfunctie: Bestemmingsreserves worden gevormd voor specifieke doeleinden, die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Deze middelen kunnen zonder goedkeuring van de raad niet voor andere zaken worden ingezet.