In artikel 42, lid 1, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat zoals weergegeven in het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Artikel 43 van het BBV voegt hieraan toe:

  • - In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
    • - de algemene reserve;
    • - de bestemmingsreserves.
  • - Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.

De gemeente is vrij om naar eigen inzicht een onderverdeling te maken binnen de twee categorieën.

Naast de bovengenoemde artikelen heeft de Commissie BBV in de 'Notitie Materiële Vaste Activa' (2020) en de 'Notitie Incidentele Baten en Lasten' (2024) een aantal aanvullende voorwaarden gesteld:

  • - Wanneer er geen bespaarde rente wordt toegevoegd, kan alleen de jaarlijkse afschrijving worden onttrokken aan een bestemmingsreserve voor kapitaallasten. In Albrandswaard wordt er geen bespaarde rente toegerekend aan reserves, waardoor uitsluitend de afschrijvingslasten uit de bestemmingsreserve(s) voor afschrijvingen worden onttrokken;
  • - Indien de raad besluit tot een bestemmingsreserve voor afschrijvingslasten, mag deze reserve niet in mindering worden gebracht op de investering. In plaats daarvan wordt de reserve gebruikt ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten die voortvloeien uit de investering;
  • - Om de volledige afschrijvingslasten aan de bestemmingsreserve voor afschrijvingslasten te kunnen onttrekken, moet het saldo van deze reserve gelijk zijn aan de boekwaarde van het betreffende actief. Als het saldo van de bestemmingsreserve voor afschrijvingslasten lager is dan de boekwaarde van het actief, kunnen de afschrijvingslasten slechts proportioneel aan de reserve worden onttrokken;
  • - De afschrijvingslastenreserves zijn gekoppeld aan de specifieke investeringen. Dit betekent dat bij vertraging van de investering, de onttrekking naar de reserve evenredig lager zal zijn, en vice versa;
  • - In principe zijn alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard. De afschrijvingslastenreserves vormen hierop een uitzondering. Door deze specifiek te benoemen, wordt duidelijk dat de dekking een structureel karakter heeft;
  • - Het surplus van de algemene reserve is het deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s en kan door de gemeente vanaf 1 januari 2024 jaarlijks maximaal 10% worden ingezet voor het dekken van structurele lasten, op voorwaarde dat de solvabiliteit minimaal 20% blijft. Dit gebruik van het surplus wordt beschouwd als een structurele baat, wat een uitzondering is op de regel dat reservemutaties incidenteel zijn. De toezichthouder moet beoordelen of het weerstandsvermogen voldoende is, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie. Bij structurele inzet zal de reserve elk jaar afnemen; als de solvabiliteit onder de 20% komt of de weerstandscapaciteit onvoldoende wordt, is inzet niet meer mogelijk.