**1..** De gemeente legt de beslissing over het toekennen of afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking.
**2..** Als de gemeente een individuele voorziening verstrekt, is de ingangsdatum van deze individuele voorziening de dag na de verzending van de beschikking, tenzij in de beschikking een latere ingangsdatum is aangegeven.
**3..** De gemeente kent in een beschikking een individuele voorziening met terugwerkende kracht toe als de aanvraag betrekking heeft op kosten die de jeugdige en/of de ouder vanaf de aanvraagdatum heeft gemaakt en als op het moment van de aanvraag sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de gemeente de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**4..** Als de aanvraag gericht is op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, verstrekt de gemeente geen voorziening.
**5..** In spoedeisende gevallen treft de gemeente zo snel mogelijk een passende voorziening. De gemeente legt de beslissing over de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking.
**6..** De gemeente neemt een beslissing op basis van de feiten en omstandigheden die volgen uit het onderzoek naar de hulpvraag.
**7..** De jeugdige en/of ouders moeten zich binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder of het pgb binnen drie maanden hebben besteed aan het resultaat waarvoor het is verstrekt.