Een voorziening is algemeen gebruikelijk (artikel 10e verordening) als deze:
niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
daadwerkelijk beschikbaar is;
een passende bijdrage levert aan het zorgen voor een situatie waarin de cliënt zelfredzaam kan zijn of kan participeren en;
met een inkomen op minimumniveau financieel gedragen kan worden.
De vraag of een voorziening financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau moet volgens de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zo worden begrepen dat een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten. Hierbij houdt de gemeente bij de voorzieningen wel rekening met tweedehands aanbod, het hoeft niet altijd over nieuwe producten te gaan. Het inkomen van de inwoner is hierbij niet van belang, het gaat puur om de vraag of iemand met een minimum inkomen het product kan betalen.
Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen zijn:
Fiets
Schoonmaakspullen
Wandelstok
Eenvoudige rollator
Eenvoudige losse douchestoel
Boodschappendienst
Maaltijdservice
Wandbeugels
Hendel mengkraan
Als een inwoner in een doelgroepen gebouw woont (bijvoorbeeld een woning die vastgelegd is al 55+ woning) dan gelden nog weer andere regels. Het gebouw moet dan aangepast zijn op de vastgelegde doelgroep. Een elektrische deuropener of drempelhulpen kunnen daarmee algemeen gebruikelijk zijn.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.3
Artikel 1.4.5
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026