Besluitvormingskader Regio Deal Nieuw Land Tweede Tranche

Werkpakket 1: Talentontwikkeling voor Tech & Transitie

Inhoudelijke toelichting op werkpakket 1

Met het werkpakket Talentontwikkeling beogen we dat er in de regio Almere-Lelystad een kwalitatief goed, voldoende divers en flexibel onderwijsaanbod is voor de tech- en transitiesector. We beogen projecten aan te trekken gericht op het ontwikkelen van centra voor innovatief vakmanschap, center of expertises en universitair onderwijs op thema's die aansluiten bij de vraag van bedrijfsleven in de regio en die regio-overstijgend aantrekkingskracht hebben. Daarnaast beogen we projecten die gericht zijn op het ontwikkelen van (betaalde) traineeships bij bedrijven. Tot sloten beogen we projecten die bijdragen aan doorlopende leerlijnen MBO - HBO - WO. Het model van Mindlabs in Tilburg, met co-locaties, onderzoekslabs en proefopstellingen dichtbij de bedrijvigheid van de tech- en transitiesector, is inspiratie voor onze regio.

Toelichting op beoordelingsprocedure

Subsidieaanvragen voor werkpakket 1 worden beoordeeld aan de hand van de Nadere regels en getoetst aan onderstaande criteria. In de nadere toelichting per (sub)criterium is een toelichting opgenomen op de beoordelingscriteria A tot en met E. Voor de beoordeling van de aanvragen is de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land ingesteld.

Bij de beoordeling gaat het erom in hoeverre uit de subsidieaanvraag blijkt dat het project bijdraagt aan de volgende criteria waarop punten worden toegekend:

  • - Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land, die volgen uit artikel 3 van het Convenant.
    • - De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land
    • - De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land
  • - Kwaliteit van de samenwerking en het project
    • - De kwaliteit van het samenwerkingsverband
    • - De kwaliteit van het project
  • - Kwaliteit van de cofinanciering
    • - Kwaliteit van de aanvraag

Beoordelingscriteria

Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regiodeal, zoals opgenomen in artikel 3 van het Convenant Maximaal te behalen punten: 40 Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 20 Weging aantal punten in totaal 30% Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel I: Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium. Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium. Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium. Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium.
De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land.
CriteriumPuntenScoreToelichting
A1. De mate waarin er wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een innovatief ecosysteem in de regio Almere-Lelystad voor bedrijven die de energietransitie mogelijk maken.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
A2. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de brede welvaart in Flevoland, door het versterken van de regionale binding van talent en/of bedrijven.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
A3. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de brede welvaart in Flevoland door het versterken van de regionale arbeidsmarkt in de sector Tech en Transitie.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
Totaal onderdeel A...... punten
De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land.
CriteriumPuntenScoreToelichting
B1. De mate waarin het project bijdraagt aan het opleiden van minimaal 1.200 studenten per jaar in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
B2. De mate waarin het project bijdraagt aan het realiseren van 600 traineeships per jaar in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
B3. De mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling van doorlopende leerlijnen MBO-HBO-WO in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
B4. De mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling van een centrum voor innovatief vakmanschap en/of een centrum of expertise voor arbeidsmarkt vraagstukken van het bedrijfsleven op het thema tech en transitie.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
B5. De mate waarin de activiteiten van het project bijdragen aan het op de kaart zetten van de regio voor de economische ontwikkeling van de EU en Nederland op het thema Tech & Transitie.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
Totaal onderdeel B..... Punten
Punten onderdeel A ........ + Punten onderdeel B ......... = ........ Punten
Behaalde aantal punten A + B = ....... maal 30% = totaal aantal punten onderdeel I: ……..
Kwaliteit van de samenwerking & het project Maximaal te behalen punten: 40 Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen voor de subsidie: 26 Weging aantal punten in totaal 40% Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel II: Onvoldoende (0 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager in het geheel niet zal bijdragen aan het criterium. Matig (1 punt): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager niet op voldoende wijze zal bijdragen aan het criterium. Voldoende (3 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager in voldoende mate bijdraagt aan het criterium. Goed (5 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager op een goede wijze bijdraagt aan het criterium. Alleen voor criterium C1 geldt een afwijkende puntentoekenning: Als enkel 1 O is betrokken: 1 pt. Als 2 O’s zin betrokken: 5 pt. Als 3 O’s zijn betrokken: 10 pt.
Kwaliteit van het samenwerking(sverband)
CriteriumPuntenScoreToelichting
C1. De mate van actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) bij het project.1 punt als enkel 1 O betrokken is 5 punten als 2 O's betrokken zijn. 10 punten als 3 O's betrokken zijn.
C2. De mate waarin de samenwerkingspartners beschikken over relevante kennis en ervaring en elkaar daarbij inhoudelijk versterken.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
C3. De mate waarin de middelen en bijdragen van de samenwerkingspartners evenwichtig, transparant en doelmatig zijn verdeeld.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
C4. De mate waarin de projectorganisatie professioneel, realistisch en uitvoerbaar is ingericht.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
Totaal onderdeel C..... Punten
Kwaliteit van het project
CriteriumPuntenScoreToelichting
D1. De mate waarin het project aantoonbare en blijvende impact genereert voor de regio.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
D2. De mate waarin helder is wie van het project profiteert, welke mogelijke knelpunten en nadelige effecten kunnen ontstaan, en hoe hiermee wordt omgegaan.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
D3. De mate waarin risico’s zijn geïdentificeerd en adequaat worden beheerd.Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5)
Totaal onderdeel D...... aantal punten
Punten onderdeel C ........ + Punten onderdeel D ......... = ........ Punten
Behaalde aantal punten C + D = ....... maal 40% = ....... Punten onderdeel II
Kwaliteit van de cofinanciering Maximaal te behalen punten: 25 Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 10 Weging aantal punten in totaal 30% Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel III: E1: Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering E2: 1 punt voor 100% in kind 3 punten voor 75% in kind en 25% cash 5 punten 50% in kind en 50% cash 8 punten voor 75% in cash en 25% in kind 10 punten voor 100% in cash
CriteriumPuntenScoreToelichting
E1. Mate van cofinancieringVoldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering
E2. Kwaliteit van cofinanciering1 punt voor 100% in kind 3 punten voor 75% in kind en 25% cash 5 punten 50% in kind en 50% cash 8 punten voor 75% in cash en 25% in kind 10 punten voor 100% in cash
Totaal onderdeel E.... punten
Behaalde aantal punten E = ....... maal 30% = ....... punten onderdeel III
OnderdeelAantal behaalde puntenMinimaal te behalenMaximaal te behalenWegingGewogen score
A15
B25
Subtotaal A+B204030 %... punten
C25
D15
Subtotaal C+D264040%... punten
E25
Subtotaal E102530%... punten
Totaal56105... punten

ALGEMENE TOELICHTING

Projecten voor de verschillende werkpakketten vereisen verschillende competenties en activiteiten. Van aanvragers die een aanvraag indienen voor meerdere werkpakketten wordt aldus ook verwacht dat zij hun aanvraag specificeren per werkpakket. Een score voor een Aanvraag voor een bepaald werkpakket geeft geen enkele garantie voor eenzelfde score voor een ander werkpakket.

De Nadere regels laten de aanvragers vrij om de hoogte van hun aanvraag voor een project zelf te bepalen (binnen de daartoe nog vast te stellen kaders door het College). De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land zal daarom bij beoordeling van de aanvragen per (sub)criterium in haar beoordeling betrekken hoeveel ‘value for money’ het project waarop de aanvraag betrekking heeft biedt.

Disclaimer

De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land behoudt zich het recht voor om een advies uit te brengen tot weigering van aanvragen binnen werkpakket 1 indien deze naar het oordeel van de Adviescommissie onvoldoende onderscheidend of vernieuwend zijn ten opzichte van projecten die reeds zijn gehonoreerd in de eerste tranche. Dit om overlap te voorkomen en te waarborgen dat de beschikbare middelen bijdragen aan een zo breed en complementair mogelijk portfolio van initiatieven binnen de Regio Deal Nieuw Land.

NADERE TOELICHTING PER (SUB)CRITERIUM

A1: Met dit criterium toetsen we:

  • - Welke bedrijven, kennisinstellingen en overheden kunnen profiteren van het innovatieve ecosysteem
  • - Hoe het innovatie ecosysteem vormgegeven zal worden
  • - Wat voor rol de aanvrager van de subsidie en het project zullen spelen in het creëren en instandhouding van het innovatie ecosysteem

A2: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe het project bijdraagt aan een aantrekkelijk en veerkrachtig vestigingsklimaat in de regio Almere-Lelystad voor werknemers en bedrijven in de sector Tech en Transitie.
  • - Hoe een aanvrager wil realiseren dat binnen de regio woon-werk afstanden beperkt blijven en de balans tussen wonen en werken verbetert.

A3: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe het project aansluit op de vraag van de regionale arbeidsmarkt.
  • - In hoeverre het project zou concurreren met de bestaande projecten en marktinitiatieven (het risico van verdringingseffecten).
  • - Of de aanvrager een goed beeld heeft van de vraag op de markt/de tekorten in de bestaande markt.
  • - Hoe de positie van de markt ten opzichte van andere markten versterkt kan worden.

B1: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe het project eraan bijdraagt dat in 2028 minstens 1.200 studenten per jaar op het thema Tech & Transitie in de regio zijn.
  • - Met welke sectoren/thema’s het project mogelijk concurreert .
  • - Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de talent-vraag van het bedrijfsleven ligt.
  • - Hoe de aanvrager zorgdraagt dat de studies daar goed op aansluiten.

B2: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe het project eraan bijdraagt dat in 2028 minstens 600 traineeships per jaar op het thema Tech & Transitie in de regio zijn.
  • - Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de vraag van het bedrijfsleven ligt.
  • - Hoe de aanvrager zorgdraagt dat de traineeships daar goed op aansluiten.
  • - Hoe de aanvrager betaalde traineeships wil realiseren.
  • - Hoe de aanvrager wil realiseren dat minstens 50% daarvan door inwoners uit de regio wordt vervuld.

B3: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe een doorlopende leerlijn MBO – HBO – WO wordt ontwikkeld.
  • - Welke partners daarbij betrokken zijn.
  • - In welke mate de doorlopende leerlijn aansluit op de vraag van het bedrijfsleven.

B4: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe dit project inspeelt op de regionale onderwijs-arbeidsmarkt vraagstukken.
  • - Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de talent-vraag van het regionale bedrijfsleven ligt, wat betreft de tech en transitie sector.
  • - Hoe een centrum voor vakmanschap of een center of expertise wordt vorm gegeven.

B5: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe de aanvrager de regio op de kaart wil zetten, waarbij wordt gekeken naar:
    • - De mate van creativiteit
    • - De mate van innovatie
    • - Het bereik van de aanvrager
  • - Welke mogelijkheden de aanvrager ziet in de EU respectievelijk Nederland en hoe de aanvrager dat potentieel in Nederland en de EU kan benutten.
  • - Hoe de aanvrager zijn aandacht verdeelt tussen de EU en Nederland

C1: Met dit criterium toetsen we:

  • - De actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) in de uitvoering van het project.
  • - Welke partijen hebben een actieve rol, en leveren in kind/in cash een bijdrage aan het project?
  • - Naast deze samenwerkingspartners kunnen andere partijen betrokken zijn (steunverklaring). Maar dat zijn geen betrokken partijen die worden meegeteld in het scoren van het aantal betrokken O's.

C2: - Met dit criterium toetsen we de kennis en ervaring van aanvragers per werkpakket. Ten aanzien van werkpakket 1 ziet dit toe op kennis en ervaring op het gebied van opleiden.

  • - De aanwezige competenties bij partners voor de invulling van het werkpakket op basis van ervaringen.
  • - In hoeverre de partners elkaar aanvullen/er sprake is van kennisoverlap.
  • - Of er verschil is in de mate van ervaring bij de partners
  • - Of de samenwerkingspartners al ervaring hebben met vergelijkbare projecten
  • - Of de samenwerkingspartners specifieke kennis hebben op het gebied van het opleiden voor de tech & transitie sector.

C3: Met dit criterium toetsen we de verdeling van de middelen tussen partners. Bij een meer gelijkmatige verdeling zal de aanvraag meer punten krijgen op dit onderdeel:

  • - Of de verdeling van de middelen tussen partners gelijkmatig is
  • - Welke middelen de partners zelf beschikbaar hebben om het project ten uitvoer te brengen
  • - Of de partners elkaar aanvullen en op elkaar kunnen inspringen als een samenwerkingspartner onvoldoende of te veel capaciteit of middelen heeft.

C4: Met dit criterium toetsen we:

  • - Hoe de organisatiestructuur eruitziet
  • - Waarom voor een bepaalde structuur is gekozen
  • - Of dit een duurzame structuur is
  • - Hoe het project gemanaged zal worden
  • - Hoe zorg wordt gedragen voor een duurzame samenwerking tussen de partners
  • - Hoe rekening wordt gehouden met groei
  • - Hoe de projectorganisatie flexibel kan inspringen op onvoorziene situaties.

D1: Met dit criterium wordt bijvoorbeeld getoetst

  • - Of en hoe snel het project resulteert in meer afgestudeerde studenten
  • - Of en hoe snel het project resulteert in beter afgestudeerde studenten
  • - Of en hoe snel het project resulteert in meer trainees
  • - Of en hoe snel het project resulteert in beter geschoolde werknemers. Etc.

En de aanvrager laat zien:

  • - Hoe de activiteiten zelfvoorzienend worden
  • - Hoe de subsidie vervangen zal worden, wanneer deze stopt
  • - Waar de activiteiten hun inkomsten uit zullen genereren
  • - Hoe de aanvrager eraan zal bijdragen dat het animo voor de activiteiten zal blijven bestaan na de looptijd van de Regio Deal Nieuw Land.

D2: Met dit criterium toetsen we:

  • - In hoeverre in de aanvraag wordt gespecificeerd welke doelgroep profiteert. (Denk onder meer aan: studenten, werkgevers, ondernemers, onderwijsinstellingen, inwoners uit de regio)
  • - Of rekening wordt gehouden met mogelijke nadelige effecten
    • - Wegtrekken van werknemers uit andere regio’s
    • - Concurrentie met andere regio’s
    • - Wegtrekken van kennis uit andere regio’s
    • - Concurrentie met andere regio’s op het gebied van onderwijs
    • - Of en hoe de trainees betaald krijgen en zo ja, of dit geen nadelig effect levert op de partijen die voor die betaling zorgen

D3: de volledigheid van een risicobeheersing-analyse wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt aandacht besteedt aan de inspanning die de aanvrager heeft geleverd om de daadwerkelijke risico’s te doorgronden en daarvoor concrete beheersmaatregelen aan te leveren.

E1 en E2. Behoeven geen nadere toelichting.