Besluitvormingskader Regio Deal Nieuw Land Tweede Tranche
Werkpakket 3 – Thematische Triple Helix samenwerking
Inhoudelijke toelichting op werkpakket 3
Met het werkpakket Triple Helix willen we in de regio Almere-Lelystad een stevige Triple Helix organisatie (entiteit) opzetten die de uitvoering van de Regio Deal Nieuw Land draagt, en het innovatie-ecosysteem van de regio versterkt. Dit doen we door:
- - Een brede, regionale en structurele Triple Helix organisatie te ontwikkelen. Een organisatievorm/entiteit waar overheid, ondernemers, onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke partners zeggenschap gaan krijgen. Het doel van deze Triple Helix organisatie (entiteit) wordt het bevorderen van regionale economische ontwikkeling door het verbinden van publiek-private partijen. Met als doel de innovatiekracht en het innovatie-ecosysteem in de regio te versterken. Hierbij wordt aangesloten bij de reeds bestaande triple helix infrastructuur in de regio. Het model van de Brainport organisatie in Eindhoven is inspiratie voor onze regio.
- - Thematische triple helix samenwerking organiseren voor clusters van de drie innovatiehubs die staan beschreven in de Regio Deal Nieuw Land: elektrificatie, bouw & innovatie en chiptechnologie.
De opdracht voor de ontwikkeling van een structurele Triple helix organisatie (onderdeel 1), wordt separaat afgehandeld en valt buiten de openstelling van de Tender subsidie Regio Deal Nieuw Land.
Onderdeel 2 van werkpakket 3 staat open in de Tender subsidie voor projectaanvragen.
Met onderdeel 2 van dit werkpakket beogen we triple helix samenwerking(en) voor de economische clusters Elektrificatie, Bouw & Innovatie en Chiptechnologie. In plaats van een algemene economische samenwerking (onderdeel 1), richt een thematische triple helix samenwerking zich op een specifiek onderwerp, wat leidt tot gerichte innovatie en economische ontwikkeling op het cluster. Ook hier zien we graag dat alle drie de partijen (overheid, bedrijven en kennis-/onderwijsinstellingen) als gelijkwaardige partners worden beschouwd. We beogen met dit werkpakket drie projectvoorstellen te honoreren, één voor elk van de economische clusters. In het plan willen we terugzien hoe de thematische triple helix samenwerking in de toekomst organisatorisch gelinkt gaat worden aan de overkoepelende Triple Helix organisatie Nieuw Land (onderdeel 1).
Toelichting op beoordelingsprocedure
Subsidieaanvragen voor werkpakket 3 worden beoordeeld aan de hand van de Nadere regels en getoetst aan onderstaande criteria. In de nadere toelichting onderaan dit document is per (sub)criterium een toelichting opgenomen op de beoordelingscriteria A tot en met D. Voor de beoordeling van de aanvragen is de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land ingesteld.
Bij de beoordeling gaat het erom in hoeverre uit de subsidieaanvraag blijkt dat het project bijdraagt aan de volgende criteria waarop punten worden toegekend:
- - Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land, die volgen uit artikel 3 van het Convenant.
- - De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land
- - De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land
- - Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking
- - Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking
- - Kwaliteit van de cofinanciering
- - Kwaliteit van de cofinanciering
Beoordelingscriteria
| Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land Maximaal te behalen punten: 35 Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 17 Weging aantal punten in totaal 30% Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel I: Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium. Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium. Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium. Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium. | |||||
| De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land. | |||||
| Criterium | Punten | Score | Toelichting | ||
| A1. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het creëren van een innovatie ecosysteem in de regio Almere-Lelystad voor bedrijven die de energietransitie mogelijk maken. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| A2. De mate waarin wordt bijgedragen aan het innovatieklimaat in de regio op de innovatiedomeinen van werkpakket 2. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| A3. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de kennisontwikkeling en innovatie in de regio op de innovatiedomeinen van werkpakket 2. | Onvoldoende (0), Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| Totaal onderdeel A | ...... punten | ||||
| B. De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land. | |||||
| Criterium | Punten | Score | Toelichting | ||
| B1. Welke activiteiten door de aanvrager worden verricht om te komen tot het opbouwen van een thematische triple helix samenwerking. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| B2. Hoe de thematische triple helix samenwerking is georganiseerd en de mate waarin deze samenwerking inclusief en ecosysteemgericht is. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| B3. Welke activiteiten door de aanvrager worden verricht en de motivering waarom deze (indirect) bijdragen aan het ontwikkelen van innovatieprojecten en/of Research & Development activiteiten. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| B4 .Welke activiteiten door de aanvrager worden verricht en de motivering waarom deze bijdragen aan het op de kaart zetten / lobby van/voor de regio voor het economisch cluster. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| Totaal onderdeel B | ..... Punten | ||||
| Punten onderdeel A ........ + Punten onderdeel B ......... = ........ Punten | |||||
| Behaalde aantal punten A + B = ....... maal 30% = totaal aantal punten onderdeel I: …….. | |||||
| Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking Maximaal te behalen punten: 35 Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen voor de subsidie: 23 Weging aantal punten in totaal 40% Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel II: Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium. Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium. Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium. Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium. Alleen voor criterium C1 geldt een afwijkende puntentoekenning: Als enkel 1 O is betrokken: 1 pt. Als 2 O’s zin betrokken: 5 pt. Als 3 O’s zijn betrokken: 10 pt. | |||||
| Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking | |||||
| Criterium | Punten | Score | Toelichting | ||
| C1. De mate van actieve betrokkenheid van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers bij het project). | 1 O betrokken 1 punt 2 O’s betrokken 5 punten 3 O’s betrokken 10 punten | ||||
| C2. Aantoonbare kwaliteit en resultaten van de organisatie bij het organiseren van een thematische triple helix samenwerking. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| C3. De mate waarin onderbouwd wordt welke impact het project genereert. Daarmee wordt bedoeld de snelheid waarmee het project resultaat oplevert, de mate waarin dat resultaat behouden blijft en de afwezigheid van negatieve neveneffecten. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| C4. Er wordt inzichtelijk gemaakt wie op welke manier baat heeft bij het project en wie mogelijk onbedoelde effecten ervaren. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| C5. De mate waarin een risico-inventarisatie en -beheerstrategieën van de aanvrager in kaart zijn gebracht. | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| C6. De mate waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de activiteiten na afloop van de subsidieperiode behouden en geborgd blijven voor de regio via de binding met de in oprichting zijnde regionale triple helix organisatie (entiteit). | Onvoldoende (0) Matig (1) Voldoende (3) Goed (5) | ||||
| Totaal onderdeel C | ...... aantal punten | ||||
| Punten onderdeel C ........ punten maal 40% = ....... Punten onderdeel II | |||||
| Kwaliteit van de cofinanciering Maximaal te behalen punten: 25 Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 10 Weging aantal punten in totaal 30% Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel III: D1: Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering D2: 1 punt voor 100% in kind 3 punten voor 75% in kind en 25% in cash 5 punten 50% in kind en 50% in cash 8 punten voor 75% in cash en 25% in kind 10 punten voor 100% in cash | |||||
| Criterium | Punten | Score | Toelichting | ||
| D1. Mate van cofinanciering | Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering | ||||
| D2. Kwaliteit van cofinanciering De cofinanciering kan in kind of in cash ingebracht worden. Geef aan op welke wijze en in welke mate cofinanciering wordt ingebracht. | 1 punt voor 100% in kind 3 punten voor 75% in kind en 25% cash 5 punten 50% in kind en 50% in cash 8 punten voor 75% in cash en 25% in kind 10 punten voor 100% in cash | ||||
| Totaal onderdeel D | .... punten | ||||
| Behaalde aantal punten D = ....... maal 30% = ....... punten onderdeel III | |||||
| Onderdeel | Aantal behaalde punten | Minimaal te behalen | Maximaal te behalen | Weging | Gewogen score |
| A | 15 | ||||
| B | 20 | ||||
| Subtotaal A+B | 17 | 35 | 30 % | ... punten | |
| C | 35 | ||||
| Subtotaal C | 23 | 35 | 40% | ... punten | |
| D | 25 | ||||
| Subtotaal D | 10 | 25 | 30% | ... punten | |
| Totaal | 50 | 95 | ... punten | ||
ALGEMENE TOELICHTING
Het Besluitvormingskader voor Werkpakket 3 is opgebouwd uit vier (sub)criteria (A t/m D). Van aanvragers die een aanvraag indienen voor meerdere Werkpakketten wordt aldus ook verwacht dat zij hun aanvraag specificeren per Werkpakket. Een score voor een aanvraag voor een bepaald Werkpakket geeft geen enkele garantie voor eenzelfde score voor een ander Werkpakket.
De Nadere regels laten de aanvragers vrij om de hoogte van hun aanvraag voor een project zelf te bepalen (binnen de daartoe vastgestelde kaders door het College). De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land zal daarom bij beoordeling van de aanvragen per (sub)criterium in haar beoordeling betrekken hoeveel ‘value for money’ het project waarop de aanvraag betrekking heeft biedt.
NADERE TOELICHTING PER (SUB)CRITERIUM
A1: Met dit criterium toetsen we:
- - Welke bedrijven, kennisinstellingen en overheden kunnen profiteren van het innovatieve ecosysteem
- - Wat voor rol de aanvrager van de subsidie en het project zullen spelen in het creëren en instandhouding van het innovatie ecosysteem
- - Hoe het innovatie ecosysteem globaal vormgegeven zal worden
A2: Met dit criterium toetsen we:
- - Hoe het benoemde economische cluster van het project overeen komt met één van de drie clusters: Elektrificatie, Bouw & Innovatie en Chiptechnologie.
A3: Met dit criterium toetsen we:
- - Hoe het project bijdraagt aan kennisontwikkeling in de regio bij bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden.
- - Hoe het project bijdraagt aan het versterken van de regionale innovatiekracht.
B1: Met dit criterium toetsen we:
- - Is er een gezamenlijke visie, probleemstelling of agenda ontwikkeld?
- - Is de aanleiding voor samenwerking helder beschreven en gedragen door alle triple helix partijen?
- - Hebben partijen al eerder samengewerkt?
- - Is er in het plan aandacht voor rollen, belangen, open communicatie, kennisdeling en het opbouwen van vertrouwen?
- - Zijn er activiteiten gericht op reflectie en gezamenlijk leren?
B2: met dit criterium toetsen we:
- - Hoe de aanvrager wil realiseren dat de triple helix samenwerking op het economische cluster een sterk organiserend vermogen heeft.
- - Hoe de aanvrager ervoor zorgdraagt dat alle relevante stakeholders in de regio uit het onderwijs, van kennisinstellingen en uit het bedrijfsleven inspraak krijgen in de thematische triple helix.
- - Welke organisatievorm de aanvrager voor de thematische samenwerking voor ogen heeft en de motivering daarvan.
- - Worden naast kernpartners ook andere relevante actoren betrokken (zoals toeleveranciers).
- - Hoe open is de samenwerking voor nieuwe partners?
- - Wordt er bewust gewerkt aan netwerkuitbreiding of ecosysteemvorming?
B3: Met dit criterium toetsen we:
- - Op welke manier er wordt samen gewerkt aan het bevorderen van innovatieprojecten en/of Research en Development activiteiten.
- - Leidt de samenwerking tot nieuwe markten en/of toepasbare oplossingen?
- - Leidt de samenwerking tot nieuwe en duurzame geldstromen voor innovatie?
B4: Met dit criterium toetsen we:
- - Hoe de aanvrager de regio op de kaart wil zetten, waarbij wordt gekeken naar:
- - De mate van creativiteit
- - De mate van innovatie
- - Het bereik van de aanvrager
C1: Met dit criterium toetsen we:
- - De actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) in de uitvoering van het project.
- - Welke partijen hebben een actieve rol en leveren een in kind/in cash bijdrage aan het project?
- - Naast deze samenwerkingspartners kunnen andere partijen betrokken zijn (steunverklaring). Maar dat zijn geen betrokken partijen die worden meegeteld in het scoren van het aantal betrokken O's.
C2: Met dit criterium toetsen we de kennis en ervaring van de aanvrager bij de thematische samenwerking voor de economische clusters van werkpakket 2.
- - De aanwezige competenties bij partners voor de invulling van de thematische triple helix samenwerking op basis van ervaringen.
- - In hoeverre de partners elkaar aanvullen/er sprake is van kennisoverlap.
- - Of er verschillende mate van ervaring is bij de partners
- - Of de samenwerkingspartners al ervaring hebben met vergelijkbare projecten
- - Of de samenwerkingspartners specifieke kennis hebben op het gebied van tech & transitie en in het bijzonder de genoemde economische clusters aansluitend bij werkpakket 2.
C3: Met dit criterium wordt bijvoorbeeld getoetst:
- - Of en hoe snel het project leidt tot concrete en zichtbare resultaten
- - Of en hoe snel het project bijdraagt aan de realisatie van de innovatiehubs benoemd in werkpakket 2
C4: Met dit criterium toetsen we:
- - In hoeverre in de aanvraag wordt gespecificeerd welke doelgroep profiteert. (Denk o.m. aan: studenten, werkgevers, ondernemers, onderwijsinstellingen, inwoners uit de regio)
- - Of rekening wordt gehouden met mogelijke nadelige effecten
- - Concurrentie met andere regio’s
- - Wegtrekken van kennis uit andere regio’s
- - Concurrentie met andere regio’s op het gebied van onderwijs
C5: De volledigheid van een risicobeheersing-analyse wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt aandacht besteedt aan de inspanning die de aanvrager heeft geleverd om de daadwerkelijke risico’s te doorgronden en daarvoor concrete beheersmaatregelen aan te leveren.
C6: de aanvrager laat zien
- - Hoe de activiteiten geborgd worden
- - Op welke wijze de activiteiten in de toekomst kunnen aansluiten bij de in ontwikkeling zijnde overkoepelende triple helix organisatie (zie onderdeel 1 inhoudelijke toelichting).
D1 en D2. Behoeven geen nadere toelichting.