Windmolens kunnen effecten op (beschermde) natuurwaarden hebben. Voor initiatieven voor nieuwe grootschalige windmolenprojecten hanteert de gemeente daarom de volgende randvoorwaarden voor het aspect natuur:
Bij een initiatief voor windmolens moet ecologisch onderzoek worden verricht. Dit ecologisch onderzoek moet zowel de effecten op beschermde natuurgebieden als effecten op beschermde soorten onderzoeken. Hierbij moet worden getoetst of er significant negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelstellingen of gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten.
Initiatiefnemer moet voor soortenbescherming een ontheffing/toestemming in het kader van de Omgevingswet (voorheen: Wet natuurbescherming)/Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aanvragen, wanneer uit de ecologische onderzoeken blijkt dat een ontheffing noodzakelijk is. De haalbaarheid voor het verlenen van deze ontheffing/toestemming maakt onderdeel uit van de afweging over het verlenen van medewerking aan de ruimtelijke procedure voor het realiseren van het initiatief.
Initiatiefnemer moet de effecten van eventuele stikstofdepositie onderzoeken op Natura 2000-gebieden. Bij een initiatief moet worden onderzocht of hiervoor een vergunning op grond van de Omgevingswet (voorheen: Wet natuurbescherming)/Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) noodzakelijk is.
Initiatiefnemer moet de effecten op bijzondere gebieden zoals het Gelders NatuurNetwerk en de Groene Ontwikkelzone onderzoeken. Hierbij moet worden voldaan aan de voorwaarden volgend uit de provinciale Omgevingsverordening Gelderland.
Voor zoekgebied K geldt dat binnen een gedeelte van deze locatie weidevogels aanwezig zijn. In het ecologische onderzoek moet daarom de aanwezigheid van weidevogels nadrukkelijk worden onderzocht. Overigens gebeurt dit altijd bij ecologische onderzoeken in het landelijk gebied, ook als het betrokken gebied volgens de provinciale omgevingsverordening niet formeel is aangewezen als weidevogelgebied.
Als op basis van de resultaten van het ecologisch onderzoek een automatische stilstandvoorziening voor (trek)vogels en/of vleermuizen nodig blijkt, moet deze verplicht worden toegepast en maakt deze deel uit van de vergunningsvoorwaarden.
Indien compenserende of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn, moet hierbij ook rekening worden gehouden met het gemeentelijk biodiversiteitplan (inspiratiedocument) en het effect daarvan op het aanwezige landschap.
Verplichte monitoring van ten minste drie jaar na ingebruikname van de windmolens/het windpark om de effecten op natuur door de komst van de windmolens/het windpark in kaart te brengen (deze verplichting kan ook voortkomen uit de provinciale Wnb/Bal-ontheffing)
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.7
Ecologische aspecten
Onderdeel van Beleidsdocument grote windmolens